(Hoe) bereiken we op tijd netto zero CO2-uitstoot?

Voorspellen is lastig vooral als het om de toekomst gaat. En helemaal als het gaat om complexe mondiale maatschappelijke systemen. Daarom maakt Shell vaak gebruik van verschillende scenario’s om een beter beeld te krijgen van de mogelijk af te leggen weg.

Om de weg naar het Klimaatakkoord van Parijs[1] wat meer handen en voeten te geven heeft Shell onder de titel “Sky” een boekje met een aantal scenario’s uitgegeven.[2] Verplichte stof voor iedereen die een mening heeft of wil vormen of wil bijstellen over dit onderwerp.

Shell zou Shell niet zijn als het niet zou beginnen met wat interessante gegevens en caveats.

 

  • Het gemiddelde jaarlijkse energiegebruik per persoon is op dit moment 80 Gigajoules (GJ) en snelgroeiend. In de VS is het al 300 GJ tegenover Kenia nog maar 20 GJ!
  • In de eerste twee decennia van deze eeuw is het aantal verbindingen dat mensen maken door middel van internationale reizen verdubbeld.
  • In sommige Westerse landen bestaat een ratio van 800 auto’s op 1000 inwoners terwijl die ratio in India 42 is….en snel groeiend, want inwoners van India willen dezelfde welvaart bereiken als de inwoners van Westerse landen al hebben.
  • Wellicht contra intuïtief, maar efficiency blijkt vaak tot groei van verbruik te leiden. Zo heeft de omschakeling naar energiezuinige ledlampen te leiden groei in lichttoepassingen zelfs in steden waarvan men dacht dat hun lichtbehoefte verzadigd was
  • Bronnen van hernieuwbare energie moeten en de huidige fossiele energie en de groei aan energiebehoefte opvangen. En sommige ontwikkelingslanden gaat het niet snel genoeg: Vietnam bijvoorbeeld is bezig nieuwe kolencentrales te bouwen. Shell houdt er dan ook rekening mee dat Westerse landen zero-emissie eerder zullen bereiken dan veel ontwikkelingslanden.
  • Voorlopig zijn er nog geen grootschalig toepasbare fossielvrije oplossingen voor zaken als vliegen, varen, sommige chemische processen en voor industrieën die zeer hoge temperaturen nodig hebben zoals hoogovens.
  • Energietransitie zal ook op weerstand stuiten omdat het zal leden tot verlies van geïnvesteerd kapitaal en van bestaande arbeidsplaatsen. Weliswaar zal het ook leiden tot veel nieuwe werkgelegenheid, maar dat is er niet onmiddellijk en vaak lijkt het in eerste instantie onbereikbaar voor degenen die hun baan kwijtraken.
  • En de snelheid van ontwikkeling door bedrijven is voor een groot deel afhankelijk van de vraag of overheden de juiste randvoorwaarden creëren en een consistent beleid voeren.

Er worden drie scenario’s bestudeerd, of beter gezegd: ontwikkeld: Mountains, een scenario dat uitgaat van een top-down benadering met overheid in de lead. Of een, meer bottom-up waarbij de markt de drijvende kracht is: Oceans en tenslotte een combinatie van de twee, the best of both worlds, Sky genaamd. Het Klimaatakkoord van Parijs kan alleen gehaald worden in een Sky-scenario. In het Oceans (markt gedreven) scenario zou het tot ver na 2100 duren voordat CO2 neutraliteit bereikt wordt, terwijl het doel is dit voor 2070 te bereiken..

Oceans en Mountains zijn tot stand gekomen op de traditionele manier waarop Shell al decennia scenario’s schrijft: Shellmedewerkers worden uitgenodigd om in groepen te werken aan beelden over maatschappelijke trends die in potentie de komende eeuw vorm kunnen geven. Uit dat werk ontstaan contrasterende verhaallijnen.  Deze verhaallijnen worden getest aan de hand van modellen over energie-ontwikkeling om het effect te testen.  Zo ontstaan consistente, waarschijnlijke scenario’s.  Deze scenario’s zoeken geen doel. Vandaar dat het mogelijk is dat in Oceans en Mountains scenario’s de zero CO2-uitstoot nog niet bereikt is in 2100.

Bij Sky is het bereiken van netto zero CO2-emissie als doel gesteld voor de aanvang van het proces. Een ander uitgangspunt is dat er tussen 2018 en 2030 geen dramatische veranderingen zullen kunnen plaatsvinden omdat we te maken hebben met al gedane investeringen en weerstanden die nog overwonnen moeten worden. En omdat de nodige technologieën nog niet voldoende uitontwikkeld zijn. Wel zal er in die tijd aanmerkelijk geïnvesteerd worden in capaciteitsuitbreiding en zal er een forse kostenreductie plaatsvinden.

Uitgangspunten Sky:

  • Alle regeringen betrokken het Parijse Klimaatpact werken mee conform wat vastgelegd is in het Pact, ook China en India schakelen op.
  • Gedurende de jaren ’20 zal de emissie niet drastisch afnemen, maar zal er al wel veel capaciteit worden neergezet;
  • Energieverbruik per hoofd van de bevolking stijgt nauwelijks verder en blijft onder 100GJ, dankzij een zeer sterke stijging in energie-efficiency.[3]
  • Gedurende de jaren ’20 zullen steeds meer landen inclusief Vietnam en India besluiten te stoppen met het bouwen van kolencentrales en China zal zich gaan inspannen om kolencentrales uit te faseren;
  • Begin 2030 zal alle groei van energiebehoefte opgevangen kunnen worden door duurzaam opgewekte energie.[4] Tegen 2070 zal kolen van een aandeel van 20% zijn gezakt naar 6% en zal het alleen nog maar worden ingezet voor zeer hoge temperatuur toepassingen zoals het smelten van metaal uit ertsen.
  • Door de sterke technologische vooruitgang o.a. in energieopslag, CCS en biobrandstoffen in de jaren ’20, zal er een positieve kentering komen in de jaren ’30. Dit wordt bovendien gefaciliteerd door een juiste overheidssturing bijvoorbeeld m.b.t. beprijzing van CO2uitstoot.
  • Sky voorspelt ook de opkomst van waterstof, in het begin vooral als opslag voor overtollige hernieuwbare energie uiteindelijk zal het in Sky een aandeel van 10% krijgen vooral in transport (ook vlieg-) en industrie.
  • Met de daling van het gebruik van aardolie en aardgas, zullen overtollige olie- en gasfaciliteiten hergebruikt gaan worden voor opslag en transport van waterstof;
  • Zowel de distributienetten van elektriciteit en waterstof zijn sterk uitgebouwd; Sky zet vooral sterk in op elektrificatie; vijf keer zoveel elektriciteitsgebruik in 2070 vergeleken met 2020;
  • Sky rept niet over warmtenetten, restwarmte of aardwarmte;
  • Vloeibare biobrandstoffen maken hun entree in de wereld van vliegtuigen en schepen;
  • Het Parijse Klimaat-Pact kan alleen slagen als zowel regeringen over de hele wereld als de (energie-)industrie hun taak oppakken
  • Wereldwijde netto zero CO2-emissie kan alleen bereikt worden als een aantal vooruitstrevende (Westerse) landen al in 2045 zero-emissie hebben bereikt en de meeste Westerse landen in 2060, als een aantal ontwikkelende landen die het zelfs in 2070 nog niet hebben kunnen bereiken.
  • Ook in non-energiesectoren zal het een en ander moeten gebeuren:
    • Cement;
    • Produktie van plastic;
    • Landbouw en veeteelt;
  • Sky besteed een heel aan hoofdstuk aan het tegengaan van ontbossing en het herplanten van bossen;

Shell erkent dat een proces als in Sky omschreven weleens voorgekomen is in de wereld, maar tot nu toe alleen op ad hoc basis, bijvoorbeeld bij het Montreal-Pact om gaten in de ozonlaag te voorkomen en te dichten. Het kan maar het zal niet vanzelf gaan.

Voor data die door Shell zijn gebruikt, zie: https://www.shell.com/promos/the-numbers-behind-sky/_jcr_content.stream/1521983779359/59afbb34cde700e5c51b9c75144ed10f35454847b32f104089229bb7c799b63b/shell-scenarios-sky-data-2018.xlsx

 

 

 

[1] Conference Of the Parties (COP), 2023 eerste controle moment = Global Stocktake.

[2] https://www.shell.com/promos/meeting-the-goals-of-the-paris-agreement/_jcr_content.stream/1524846542308/09a7262156403cb215e385c5d1d5b32ceeb2b82d75fe8a06ac1cafa3a6156e55/shell-scenarios-sky.pdf

[3] Een modern ijskast zal bijvoorbeeld maar net meer dan 1 GJ per jaar verbruiken. Niet duidelijk is wat Shell met het voorbeeld wil illustreren, want dat doet een koelvriescombinatie A+ vandaag de dag ook al, sterker er zijn A+++ koelvriescombinaties die “maar” 0,58 GJ per jaar verbruiken. https://www.eenheden-omrekenen.info/eenhedenrekenmachine.php?type=energie

[4] Zonne-energie zal blijven groeien met 20% per jaar. In 2035 zal er 6500 GW geïnstalleerde capaciteit zijn over een oppervlakte van 100.000 km2

Liberalisme en duurzaamheid

Deze column heb ik op 5 juni uitgesproken voor een bijeenkomst van VVD Den Haag

Liberalisme is in de eerste plaats een levensfilosofie. Een levensfilosofie die uitgaat van de kracht van de individuele mens, van de mens als ondernemer, zonder te ontkennen dat ieder mens weleens een helpende hand nodig heeft. Het is een manier van leven die uitgaat van optimisme, van kansen zien en pakken, zonder te ontkennen dat het weleens tegen zit en dat je dan ook best even in zak en as mag zitten. Liberalen hebben een hekel aan betutteling maar ontkennen niet dat ieder mens zo nu en dan even de goede kant opgeduwd moet worden. Want we zijn maar mensen, niet perfect en een vat vol tegenstellingen.

Liberalisme is vooral wars van dogma’s. En dat maakt Liberalisme een moedige levenshouding juist omdat het wars is van dogma’s. Liberalen krijgen geen instructies van boven, maar moeten met elkaar in dialoog steeds opnieuw uitvinden wat de goede weg is.

Duurzaamheid heeft te maken met het durven erkennen dat we allemaal behoefte hebben aan zaken als schone lucht en schoon water. En dat ook schone lucht en voldoende water een inspanning vergen. En liberalen kunnen inzien dat een mens zich juist van het dier kan onderscheiden door zijn instinct voor winst op de korte termijn te overwinnen. Ons instinct zoekt gemak nu en wil meer, en wij Liberalen hebben de moed om op het juiste moment in te grijpen en in te zien dat we het gemakkelijke pad moeten verlaten om uiteindelijk een beter leven te krijgen. Reculer pour mieux sauter zouden de Fransen zeggen, een stap achteruit om er daarna vele vooruit te kunnen zetten. Het was niet voor niets een liberaal die met het Kinderwetje van van Houten de eerste maatregelen tegen kinderarbeid nam, het was ook een liberaal die de economische mogelijkheden van het spoor onderkende en de moed had in te zien dat de overheid de regie en de financiering van infrastructuur ter hand moest nemen. In een tijd dat de meesten vonden dat je de ontwikkeling van het spoor aan de markt moest overlaten. We zijn hem er nog steeds dankbaar voor.

Toen er op mijn huis zonnepanelen geïnstalleerd moesten worden, meldde zich een Bulgaar die in Duitsland was opgeleid, want de combinatie mechanisch installeren en elektriciteit kenden we in Nederland niet.

Met liberalen aan het roer zal dat veranderen. Wij gaan voldoende aandacht besteden aan de economische kansen van duurzaamheid. Aan de voorsprong die we kunnen pakken door innovatie en aan de mogelijkheden die we zo creëren om juist op technologisch gebied opkomende economieën als China voor te blijven. Met liberalen aan het roer krijgen innovatieve bedrijven met innovatieve technologieën in de Haagse regio de ruimte om zich te ontwikkelen en op te schalen zonder al te veel benauwende regels en met de gemeente als launching customer. Waar mogelijk natuurlijk. Met liberalen aan het roer zal er op tijd aandacht zijn voor werkgelegenheid, en dus voor passende opleidingen en voor de benodigde zachte dwang richting uitkeringstrekkers om de kansen te pakken die zich nu voordoen. Juist Den Haag met haar relatief hoge werkeloosheid op lbo en mbo-niveau moet deze kansen grijpen. Kansen die bijvoorbeeld geboden worden door al die 150.000 huizen die geïsoleerd moeten worden, die van zonnepanelen moeten worden voorzien en waar warmtepompen in geïnstalleerd moeten worden.  Om maar een buitenplaats te noemen.

Samen met de universiteit van Delft gaan we een mooie bijdrage leveren aan duurzaamheid en tegelijk onze eigen economie stimuleren. Bijvoorbeeld op het gebied van composieten: lichtgewicht materialen die oorspronkelijk voor de vliegtuigindustrie zijn ontwikkeld. Delft heeft een specialisatie op dat gebied en in Den Haag op Ypenburg, tegen Delft aan, ligt Composite Valley te wachten op de juiste benaming. Dankzij de autoclaaf die Fokker daar achterliet heeft zich er al een cluster van composietbedrijven gevestigd. En het leuke is voor composiet heb je niet alleen hoogopgeleide ingenieurs nodig maar ook altijd Lbo’ers en Mbo’ers. Wij gaan duurzaamheid dus ook gebruiken om onze lokale ondernemers meer kansen te beiden.

Voor Liberalen is vrijheid het hoogste goed. Wij nemen vrijheid en verantwoordelijkheid serieus. Je bent vrijer naarmate je minder afhankelijk bent van anderen. Hoe minder invloed landen als Saudi-Arabië of Rusland op Europa hebben, hoe liever het mij is.  Hoe meer duurzame energie we kunnen opwekken met windparken op de Noordzee of zonnebanken, hoe minder fossiele energie we nodig hebben uit gebieden ver buiten het Westen, landen met andere ideeën over democratie en rechtsstaat.

Met Liberalen aan het roer komt er in een coalitieakkoord het oh zo korte doch oh zo belangrijke tussenzinnetje: “met zoveel mogelijk ruimte voor eigen keuze en flexibiliteit”.

Met liberalen aan het roer hebben we over vier jaar in onze Haagse regio aanzienlijk minder vervuilend autogebruik. Niet omdat we milieuzones hebben ingesteld of parkeren veel duurder hebben gemaakt. Nee we hebben het ov aantrekkelijker gemaakt. Het rijdt nu iedere 2 á 3 minuten. En het bruist in de Haagse regio van de innovatieve ondernemers die slimme technologieën hebben ontwikkeld voor zaken als auto’s op waterstofcellen, elektrische auto’s en opslag van duurzame energie.

Dankzij het liberale beleid van Den Haag kunnen deze ondernemers over vier jaar veel sneller opschalen. De Haagse regio exporteert inmiddels volop innovatieve produkten en de werkeloosheid is daardoor aanmerkelijk gedaald.

Den Haag is inmiddels ook een kenniscentrum voor aardwarmte geworden, niet alleen omdat we de eerste binnenstedelijke bron hebben, maar vooral ook omdat het gemeentebestuur als eerste grote gemeente in Nederland de aanleg van de benodigde infrastructuur naar zich toe heeft getrokken.

Om met Mark Rutte te spreken: ”duurzaamheid is een kansrijk exportproduct voor Nederland. We blijven natuurlijk de auto-vroempartij, maar ook elektrisch kun je heel hard rijden, sterker nog elektrisch trek je veel harder op.” Over kansen pakken gesproken.

 

Nemen intelligente systemen de macht over?

Nemen intelligente systemen de macht over?


Bij ons in de buurt zijn in een zijvleugel van het oude Aloysius College, een schoolgebouw, 11 appartementen gecreeerd om statushouders te huisvesten.

Daarvoor moesten dus ook nieuwe adressen en postcodes worden gecreëerd.
Ik had zoiets nooit eerder meegemaakt. De misverstanden en dubbele zendingen waren in het begin niet van de lucht. Postbodes noch pizzakoeriers wisten het adres te vinden.
Inmiddels is de rust wedergekeerd en dachten we dat de adressen “genormaliseerd” waren.
Tot de wasmachine onherstelbaar instortte en de statushouders die aan het grofvuil wilden meegeven:


Het systeem van de grofvuil afdeling herkende de postcode niet en dus kon de wasmachine niet afgehaald worden.
Ik geloofde het niet en belde zelf met de afdeling. Kreeg hetzelfde te horen. Vervolgens vroeg ik aan degene doe ik aan de telefoon had of hij het niet handmatig kon invoeren. Nee dat kon hij niet. En hij wist ook niet tot wie ik mij moest wenden om dit probleem op te lossen.
Tja dan sta je dus toe dat het (IT) systeem ons leven overneemt en de mens gereduceerd wordt tot slechts een slaaf die doet wat de machine vraagt.
Het kan volgend mij ook anders: een joker voor iedere ambtenaren om het systeem te overrulen als ik hem en een collega kan overtuigen dat het adres echt bestaat en in de gemeente Den Haag ligt.
Met de opkomst van Artificial Intelligence en deelpmachine learning is de vraag of de voorspelling van Stephen Hawking uit zal komen dat intelligente systemen de macht van de mens zullen overnemen. Wat ik heb geleerd van mijn ervaring bij de afdeling Grofvuil is dat veel zal afhangen van onze houding. Staan wij in het kader van te ver doorgevoerde efficiency toe dat het systeem de macht overneemt of zorgen we dat we zelf de laatste stem hebben?

 

Lang leve onze polderende rechtsstaat, Nu nog de juiste leiders

gepubliceerd in Socialiter, Gymnasium Haganum, april 2018, p. 33 e.v.

 

Inleiding

Een van de wijze lessen die ik kreeg toen ik voor het eerst baas werd, was: ”Verschuil je nooit achter anderen als je impopulaire maatregelen moet nemen, zelfs niet als je het er zelf niet mee eens bent; als je je verschuilt, word je als laf ervaren en verlies je gegarandeerd al het respect van je medewerkers.”

Ik moet daar vaak aan denken als ik de huidige leiders van de gevestigde partijen zich zie verschuilen achter Brussel of achter internationale verdragen of achter de rechter in plaats van diezelfde maatregelen en vonnissen te verdedigen. De politieke leiders moeten die beslissingen en vonnissen verdedigen, omdat ze zelf vertegenwoordigers zijn van het rechtsstatelijke systeem waarin deze beslissingen weloverwogen genomen zijn. Niet verdedigen wordt gepercipieerd als laf.

Met die laffe houding verliezen ze inderdaad steeds meer het vertrouwen van de burger. Traditionele leiders creëren daarmee zelf, zonder dat ze dat blijkbaar door hebben, kansen voor populisten.

In de 1000 woorden die mij gegund zijn wil ik zeer kort de essentie van de democratische rechtsstaat op basis van vertegenwoordiging bespreken en raken aan theorieën uit de sociale psychologie die verklaren waarom wij allen gevoelig zijn voor populisten, vooral wanneer we een groeiende onzekerheid of angst voelen. Ik zal eindigen met een oproep aan ons allen. De representatieve, democratische rechtsstaat (hierna DRDR te noemen) is ons aller actieve steun waard naar mijn bescheiden mening.

DRDR

In een DRDR ligt voor mij het accent op rechtsstaat, een staat waarin iedereen (redelijk) gelijke kansen krijgt en (redelijk) gelijk en rechtvaardig behandeld wordt. Daaruit vloeit bijvoorbeeld voort dat ook rechten van minderheden gerespecteerd worden, maar ook dat bepaalde grondrechten, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging, als praktisch onaantastbaar worden beschouwd. Omdat de wetgever zich bewust is van het feit dat macht corrumpeert, kent een rechtsstaat daarnaast een machtsevenwicht. Om bijvoorbeeld de waan van de dag te temperen, worden rechters meestal voor het leven benoemd en worden burgemeesters niet gekozen.

Het democratische in DRDR staat in de eerste plaats voor de gelijkheid van eenieder. Waar we in de 19de eeuw nog een censuskiesrecht kenden (alleen mannen met een bepaald inkomen, vermogen of diploma, mochten stemmen), is Nederland sinds 1919 een heuse democratie waarin alle meerderjarige mannen en vrouwen gelijkelijk mogen stemmen. Toen werd namelijk ook het actief vrouwenkiesrecht ingevoerd.

Representatie is nodig omdat de hardwerkende Nederlander geen tijd heeft zich goed te verdiepen in de complexe problemen waarover beslissingen moeten worden genomen. Daarvoor kiezen we volksvertegenwoordigers die vrijgemaakt worden om zaken wel grondig te bestuderen en belangen af te wegen.  Een klein voorbeeld: als burger van den Haag was ik er nog van overtuigd dat het geothermieproject in Den Haag Zuidwest een briljant project was dat veel navolging verdiende, als volksvertegenwoordiger ontdekte ik na het lezen van veel dossiers en het spreken met veel verschillende deskundigen, tot mijn grote verdriet, dat het tegendeel waar was.

Om praktische redenen worden de meeste besluiten in een democratie genomen bij meerderheid van stemmen. Dat betekent nog niet dat die beslissing een absolute waarheid vertegenwoordigt en daarom moet ook zo veel mogelijk rekening worden gehouden met zwaarwegende minderheidsstandpunten en –belangen. Al was het maar uit het welbegrepen eigenbelang. Wie vandaag tot de meerderheid behoort, kan morgen bij een minderheid blijken te horen. Kortom in een DRDR zijn volksvertegenwoordigers en andere politieke leiders zich er van bewust dat de tirannie van de meerderheid voorkomen moet worden en dat er altijd een kloof zal bestaan tussen wat de achterban wenst en wat mogelijk of rechtvaardig is. Opereren in een DRDR is een laveren tussen botsende principes en tegenovergestelde belangen en leiders moeten dat verdedigen.

Kansen voor populisten

De meesten van ons weten inmiddels dat het ons reptielenbrein is dat maakt dat we zo moeilijk weerstand kunnen bieden aan die reep chocola of aan die bitterballen. Immers gedurende het grootste deel van onze evolutie was gebrek aan eten onze grootste bedreiging, niet overvloed en obesitas.  En dus zijn we geprogrammeerd om vet en suiker lekker te vinden en er zo veel mogelijk van te eten. Het rationele deel van ons brein werkt veel trager en meestentijds lukt het niet tegen de instincten van het reptielenbrein in te gaan. Op vergelijkbare manier zijn we geprogrammeerd om mensen die niet sterk op ons lijken als een gevaar te zien. Immers het grootste deel van de evolutie leefden we in kleine stammen met mensen die veel op ons leken. Alleen die stamgenoten konden we vertrouwen. Die voorgeprogrammeerde, moeilijk te onderdrukken angst voor onbekenden en vreemden wordt groter als er ook van andere kanten gevaar dreigt, bijvoorbeeld doordat steeds meer banen verdwijnen. Dat is het moment waarop populistische leiders ons kunnen vangen. Immers zij maken de wereld prettig simpel, verdelen hem in goed en kwaad. Goed zijnde de groep waar we zelf bij horen en Kwaad de groep vreemden, de mensen die er anders uit zien. Populistische leiders spreken ons angstig reptielenbrein aan, stellen het gerust en geven ons traag werkende rationele brein het nakijken. Populistische leiders zijn herkenbaar aan het feit dat zij claimen uit naam van het volk te spreken, ja de enige zijn te zijn die de wil van het volk kunnen verwoorden. Eenieder die niet met hem is, is tegen en behoort bij de groep vreemden die het Kwaad vertegenwoordigen. Ons reptielenbrein voelt zich daar prettig bij en legt probleemloos het rationele brein het zwijgen op.

Kansen Keren

Populisten kunnen geneutraliseerd worden. Degene die dat wil doen moet zich realiseren dat de strijd op het niveau van het snelwerkende reptielenbrein wordt gestreden. Niet het rationele brein moet worden aangesproken. In tegenstelling tot wat onze minister-president denkt betekent dit dat een leider een hoopgevende, inspirerende visie moet presenteren en moet staan voor zijn visie en zijn daden. Immers de lafaard uit de inleiding geeft ons geen moed en zullen we niet volgen als het ons angstig te moede is.

Oproep: Steun ons DRDR

Al diegenen die zeggen de populistische leiders te willen bestrijden roep ik op actief te worden, politiek actief. In ons rechtstatelijk systeem past het om lid te worden van een politieke partij en zich actief te bemoeien met de keuze van de leiders.

Daniëlla Gidaly
Rechtsfilosoof

 

 

 

 

 

 

 

A local initiative to a global challenge

Dutch_Lifestyle_ACCESS_Spring_2017_magazine_web 

Many Dutch are volunteering to help refugees adjust to life in the Netherlands. When news got out early 2016 in Benoordenhout, The Hague, that around 30 refugees would likely come and live in the former Aloysius College, there was an overwhelming reaction of people offering to help.

Then, in the summer word started going around that the refugees might not come after all because of the diminishing numbers of people seeking asylum in the Netherlands. The President of the Benoordenhout Wijkvereniging (Neighbourhood Association) actually implored the municipality of The Hague not to withhold us our refugees, since that would disappoint so many people: he had counted at least five volunteers lined up for every refugee!

Volunteers have different reasons for wanting to help. Many volunteers are already active in the local Duinzigtkerk (church) and simply feel the need to extend a warm welcome and show hospitality to people who have suffered so much and who have lost their homes. One of the volunteers added that she  was convinced that the refugees in turn would enrich our society. Some also mentioned that they wanted to make a clear statement that not all Dutch agree with the political party PVV (Party for Freedom), whose leader Geert Wilders has been outspoken against Islam and against immigration.

As for myself, all the above reasons play a role of course. However, seeing my own parents as warmlywelcomed refugees once is probably the most important motivation. I also hope I can add some value from the lessons I have learned watching my parents struggle to understand the unwritten rules of Dutch society, the rules a Dutchman could not explain, because they seem so obvious to him.

Role of volunteers from the neighbourhood

As you have probably noticed, in Holland we always start by organizing and making very clear who does what. So when the refugees announced themselves and people started offering to help them on social media, it seemed logical for Robin de Jong, the community worker at the local Duinzigtkerk, to organize the volunteers and the interaction between refugees and volunteers.

This volunteer work would be different from that of Vluchtelingenwerk Nederland (Dutch Council for Refugees) which helps refugees with things like getting registered with the municipality, acquiring a residence permit and registering with an inburgeringscursus.

In Benoordenhout, a coordination committee was started, more or less of its own accord. Long before the refugees had arrived more and more people started asking the churches, Vluchtelingenwerk Nederland, the municipality and the wijkvereniging (neighbourhood association) questions about them, about what kind of help they would need and when they could start. So De Jong, a young theologian with four years of experience working with volunteers under his belt, hosted a meeting to inform the volunteers.

At that point in time nobody yet knew when the refugees would come, what nationality they would be, whether they would have children and of what age. Nevertheless, prospective volunteers eager to act started forming groups to make preparations anyway. The main role of the committee, Buurtplatform Benoordenhout voor nieuwe buren (community platform for new neighbours), is to coordinate all volunteer activities.

Timeline

Refugees started arriving in December 2016. Moving in meant usually that just the most able man of the family would arrive, since the apartments were literally bare. The floor was concrete and the walls had no wallpaper or paint. The kitchens were without even the simplest appliances and the rooms had no curtains. The beginning of January saw families start moving in, from Syria, Libya and Afghanistan. Our new inhabitants are now going through the necessary red tape: completing the intake at the municipality, registration with the municipality and intake at Vluchtelingenwerk, getting advice about schools for the adults to learn Dutch, registration  at schools for the children, getting the children organised while at school, etc. Because these processes are not yet finished, most of the volunteers are still waiting to get involved.

Planned activities

 Since the level of English and/or Dutch varies greatly among the refugee families, from quite fluent to none at all, the most important role assigned to volunteers from the neighbourhood is the role of taalmaatje. A taalmaatje is a native Dutch speaking person who spends one or two hours a  week with a refugee speaking Dutch to complement formal Dutch lessons, and to help the refugee, for example, to understand all the mail from the municipality, from Vluchtelingenwerk, from the tax office, and so on.

Social

We also have sociale maatjes, buddies who help refugees find their way around the area, visit Madurodam and local museums, but also accompany them to register with a family doctor, or to the Consultatiebureau (children’s health clinic) with their small children or find a school for the children, explain how for example garbage collection works, and other basics for daily life. In Benoordenhout we are also looking at starting a neighbourhood daycare for the many small children, so that the parents can go to their Dutch lessons together.

Tailor-made buddies

Experience has taught us that it is difficult to remain a taalmaatje for a sustainable period of time if you do not share interests. So we now have introduced the “interview buddies”. They will interview the new Benoordenhouters in order to be able to write a small portrait focused on the hobbies, the profession and the studies our new neighbour has. These portraits will then be published in our local magazine and on our local social media asking people to become “tailor- made buddies” by responding if they share similiarities with one of the refugees.

If you share a hobby you can introduce our new neighbour to your running club or chess club. What better way to get integrated into Dutch society, meet many new people and have a chance to create sustainable relationships?

Understanding each other

In order to be able to interact, it is important to understand the differences in background. We are very happy that Basma Ismail has volunteered to introduce us to the world of Syrian refugees and… to introduce the Syrians to the world of the Dutch. Basma is an Iraqi who came to The Hague with her husband five years ago for his work. Having been born close to the Syrian border and having lived through some horrible wars herself, she is an excellent go-between both for us and the refugees. She comes to meetings and translates between the refugees and volunteers. She also gives us tips as to how to better help them, such as do’s and don’ts when interacting with Syrian refugees. Soon she will host a meeting with the Syrians at Aloysius to explain more about their host country. The enthusiasm of the community encourages us to move forward and continue to find ways to support our new neighbours. To anyone wishing to be a part of something similar, start local, keeping it simple and personal. Reach out to your own neighbourhood associations to get involved. «

 

Iedereen liegt, zeker in peilingen

 

Het bovenstaande is mijn vrije vertaling van het zojuist verschenen boek everybody lies van Seth Stephens-Davidowitz.

Zijn boek beschrijft onderzoeken die hij heeft gedaan aan de hand van vooral datgene wat mensen in Google Search intypen.

The search color text on a white background; Shutterstock ID 155805653; PO: Digital Guide

Want – zo stelt Davidowitz – mensen liegen een stuk minder als ze zich onbespied wanen, alleen achter hun computer op Internet, dan wanneer ze bijvoorbeeld vragen in een onderzoek invullen. Dan wil de behoefte om politiek correcte of sociaal wenselijke antwoorden te geven nog al eens de overhand hebben.

Wat mij zo inneemt voor Davidowitz is het feit dat deze specialist in Big Data wel zijn enthousiasme voor een goed gebruik van Big Data wil overbrengen zonder een goeroe voor dezelfde Big Data te worden. Hij blijft het hele boek lang het belang van intuïtie, menselijk inzicht en small data benadrukken en waarschuwen voor de gevaren van Big Data, te beginnen met het feit dat het niet draait om zo veel mogelijk data maar om de mogelijkheid de juiste data te gebruiken vooral op gebieden waar de bestaande onderzoeksmethoden duidelijk niet optimaal zijn en veel ruimte voor verbetering toestaan.

De belangrijkste gevaren van menselijke intuïtie benoemt hij ook: wel hebben de neiging het belang van onze eigen ervaring te overdrijven (en wat weet niet zelf hebben meegemaakt, negeren wel, zo waarschuwt Kahneman ons); en wat weinig dramatisch is maakt minder indruk.

Davidowitz waarschuwt ook voor wat hij the curse of dimensionality noemt: Wanneer je met Big Data gaat werken neemt het aantal variabelen exponentieel toe. En het gevaar van te veel variabelen is dat er altijd wel een correlatie te vinden is die we niet met causaliteit moeten verwarren.  Helaas de verleiding daartoe is groot.

Davidowitz illustreert dit fenomeen met het verhaal van coin nummer 391. Voor wie hier meer over wil weten: op bladzijde 246 en 247.
Waar Davidowitz ook voor waarschuwt is meetobsessie. Hij doet ons realiseren dat we zelden in precieze cijfers kunnen vangen wat we echt belangrijk vinden. Met multiple choice kunnen we moeilijk meten hoe kritisch iemand kan denken of hoe nieuwsgierig of integer iemand is. En….met wat we veel meten “dwingen” we bedoeld of onbedoeld, bewust of onbewust mensen om veel tijd en aandacht te besteden te besteden aan het goed kunnen wat gemeten gaat worden. Dat gaat dan vervolgens vaak ten koste van datgene wat wellicht veel belangrijker is maar onmeetbaar.

Kortom ook hier is het Engelse gezegde van toepassing: “Don’t put all your eggs in one basket : vergeet niet de Big Data te mengen met menselijke kennis, ervaring en inzicht en…”small data”. Zelfs Facebook is tot dit inzicht gekomen en handelt ernaar.

Davidowitz gaat zelfs zo ver dat hij stelt dat bij een juist gebruik van Big Data sociale wetenschappers wel eens de “harde” wetenschappers van de 21ste eeuw zouden kunnen worden, zeker nu de “harde” wetenschappers in de natuurkunde er maar niet in lijken te slagen relativietstheorie en quantummechanica met elkaar te verenigen. Als voorbeelden van “harde” sociologische feiten die hij uit Big Data heeft weten aan te tonen geeft hij de vraag of films vol geweld zorgen voor toename of afname van geweld of de leeftijd waarop kinderen in de VS “gewonnen worden voor een baseball team.

Davidowitz komt met een interessante verklaring waarom het zo lang heeft geduurd voor psychologie en sociologie hun “harde”, wetenschappelijke kant konden vinden. Hij volgt daarin Marvin Minsky. In wetenschappen als natuurkunde is de kunst het vinden van relatief simpele formules die altijd en overal waar zijn. Psychologie en sociologie bestuderen alles wat te maken heeft met de menselijke brein en wellicht is het zo dat er voor de menselijke brein geen simpele formules te vinden zijn die altijd en overal waar zijn. Een brein is waarschijnlijk een complex systeem waarin continu van alles uitgeprobeerd wordt en het ene deel fouten in het andere corrigeert, hetzelfde geldt waarschijnlijk voor het economische en politieke systeem. Zo een systeem is niet te vangen in een simpele formule, hooguit kun je het langzamerhand beter gaan begrijpen door veel verschillende studies uit te voeren.

Ik ben op zoek naar onderzoekers in Nederland die al met de methoden van Davidowitz werken of geïnteresseerd zijn om dat te gaan doen.

Gevaar en gevaar

Laatst zei iemand tegen mij: ” het is toch een schande al die jonge mannen die naar Nederland vluchten en hun familie in oorlogsgebied achterlaten. En als je ze er op aanspreekt zeggen ze dat het te gevaarlijk is tijdens om vrouwen en kleine kinderen mee te nemen. Maar ze laten ze wel in oorlogsgebied achter. Als of het daar niet gevaarlijk is.”

“Gevaar en gevaar” verder lezen