S-Force

Zelfredzaamheid via huiswerkbegeleiding

Onlangs schreef Robbert Dijkgraaf in zijn column over een nieuwe elitevorming. Hadden we gedacht dat met de introductie van de meritocratie iedereen een redelijke kans zou krijgen, blijkt dat toch niet waar te zijn. Weinig kinderen kunnen zonder hulp van thuis goed door school komen. Hoogopgeleide ouders weten veel beter hoe ze hun kinderen moeten helpen (Dijkgraaf bekent eerlijk dat ook hij zijn kinderen heeft geholpen). Zoals Dijkgraaf het formuleert: het maakt nogal verschil of je startpunt dankzij je ouders dichtbij de top ligt of dat je helemaal onderaan moet beginnen aan een lange, steile klim.

Zelf geef ik al een jaar of tien gastlessen op de weekendschool en daar kom ik soms heel verdrietig vandaan. Stelt een kind vragen waaruit duidelijk blijkt dat hij op vwo-niveau kan denken, blijkt ie met moeite op vmbo-basis te zitten.

Daarom heb ik samen met Fonds Sahla project S-Force op gezet. We zijn drie proefprojecten gestart, waarvan één samen met Stichting Jeugdwerk in Den Haag. Ik ben Catharina Abels heel dankbaar dat ze ons in contact heeft gebracht met Stichting Jeugdwerk.

De uitgangspunten van Stichting Jeugdwerk zijn ontleend aan oud-Nederlandse gezegden, maar wat belangrijker is, ze worden door alle medewerkers uitgedragen en geleefd:


Voorkomen is beter dan genezen;

Jong geleerd is oud gedaan, maar wel samen met de ouders;


Geef liever een hengel dan een vis; het doel is zelfredzaamheid.


Vanaf september gaan hoogopgeleide vrijwilligers van S-Force samen met de professionals van Stichting Jeugdwerk huiswerkbegeleiding geven aan leerlingen uit groep, 5, 6, 7 en 8 op scholen in de Schilderswijk

Albert-Jan

Ik kan het nog niet bevatten. Nooit meer een koffietje doen met Ab bij Augustus, nooit meer een rondje golfen, nooit meer samen eten bij Lof, nooit meer hem plagen met een zakje pinda’s omdat daar veel meer eiwitten in zitten dan in   macadamianoten, ook al zijn de laatste veel lekkerder en duurder. Maar ook nooit meer kibbelen over de gekozen burgemeester of over het boek “de meeste mensen deugen”. Ik kan het nog niet bevatten.

Er geht es schaffen, dat dacht ik steeds.

Ab hield immers van het leven en het leven hield van Ab. Ik zie hem nog rondlopen in Leiden, helemaal thuis op die sociëteit waar hij nooit lid van is geworden. En op zijn eigen relativerende manier was hij daar nog trots op ook. Verbaasd en trots.

Norbert, een oud-klasgenoot,  vertelde mij over Ab. Hij had met hem in Spanje gezeten. Een andere schoolgenoot, Marianne  was instrumenteel in het feit dat wij samen met Maarten in het SIB bestuur kwamen. We werden een hecht driemanschap toen de andere bestuursleden langzaam afhaakten. Ik herinner me nog hoe Ab en Maarten de moeite namen mij in Parijs op te zoeken om me te vertelen dat ze zeer democratisch hadden besloten dat Maarten voorzitter zou worden en Ab vice-voorzitter. We bleven hecht ook toen we  uiteindelijk gedwongen werden als opvolger een voorzitter te accepteren die wij, vooral Maarten,  “een klein Stalintje, een klein Hitlertje” vonden.

Ik heb veel nagedacht over de vraag wat Ab zo uniek maakte.

Ab verstond van jongs af aan de kunst van Stoa. Betrokken zonder ooit krampachtig te worden. Ik kan me nog herinneren dat we een keer spraken over Robert-Jan’s toekomstplannen. Ab begreep niet waar Robert-Jan heen ging, had zich erbij neergelegd dat hij het niet wist en straalde tegelijk zijn betrokkenheid bij zijn zoon uit, maar ook zijn vertrouwen dat het goed zou komen. En welke hardwerkende vader die zich heeft verheugend op een vakantie met de hele familie kan het opbrengen om zijn verliefde dochter naar huis te laten gaan, sterker nog brengt haar zelf halverwege?  Relativerend en betrokken tegelijk. Heerlijk droge humor en gelukkig ook zelfspot. Tegelijk wilde hij wel weten dat hij er toe deed in het leven van anderen. Zo hebben we jarenlang gekibbeld over de vraag of zijn geschiedenismaatje Maarten in zijn eerste studiejaar of in zijn tweede studiejaar lid was geworden. Ab dacht namelijk dat hij daar een grote rol in had gespeeld. En dat kon alleen als Maarten pas in zijn tweede studiejaar lid was geworden.

Het belangrijkste is Ab was er als je hem nodig had. En hij was er niet alleen. Hij verstond de kunst te helpen. Of dat nou was door troost te bieden, of  moed en inspiratie of door je heel praktisch te helpen het huis van je tante en oom in Parijs leeg te ruimen in heel korte tijd. Ab was er voor je en Hanneke gaf hem de ruimte om er te zijn voor je.

Ik hoop dat wij nog vaak en veel met elkaar zullen spreken over wat Ab voor ons betekend heeft. Dan is hij nog bij ons. Ik heb alvast wat benodigdheden meegebracht: een glas van Augustus, macadamianoten en een fles grappa.

De Persconferentie Trump versie

Hij wordt wakker met een blij gevoel van anticipatie. Zo een gevoel zoals hij vroeger had op zijn verjaardag. De blijde verwachting van wat de dag gaat brengen: het middelpunt zijn, met je beste vriendje op school langs alle klassen om de juffen en meesters te trakteren en natuurlijk de cadeaus. Wat was het vandaag? Hij is immers nog lang niet jarig.

En dan komt het allemaal terug. Jort was gisteravond langs gekomen en het was weer eens ouderwets gezellig en laat geworden. Hij had pas om half twaalf in zijn bed gelegen. Ze hadden gefilosofeerd over een alternatief slot voor de persconferentie. Weg met al die politieke correctheid. Eindelijk zou hij zeggen waar het op stond. Vooral die mensen die bij het minste geringste klagen dat het leven ondraaglijk wordt als je a. niet naar een festival kan of b. Je coronapas moet laten checken c. een mondkapje op moet of d. je moet laten vaccineren. Een weekje verblijven op een onderduikadres van 2 x 2 zoals in de Tweede Wereldoorlog zou je ze gunnen.

En toen had Jort ‘m ineens vol enthousiasme aangestoten:

“Ik heb een briljant plan. Kun je je Anna nog herinneren?” Natuurlijk kon hij zich Anna nog herinneren. Een heel gestructureerd meisje. Jort mocht één keer in de week, op donderdag langskomen. Vrijdagochtend om 08.30 uiterlijk moest hij weer vertrokken zijn. “In haar huis op het Rapenburg zat in die gigantische bibliotheek beneden een deur verscholen tussen de boeken. En dat deurtje leidde naar een heuse schuilkamer waar in de oorlog mensen ondergedoken hadden gezeten.” Op dat moment was Mark een tweede biertje gaan halen, hij was z’n vriend even helemaal kwijt. Jort volgde hem al ratelend naar de keuken. “Zie je het dan niet? Je roept de noodtoestand uit net als de vorige keer en dan kun je een paar weken ongestraft bij decreet regeren.”

“Dank voor je college staatsrecht over wat de noodtoestand mij aan rechten geeft, maar wat heeft dat met Anna en haar schuilkamer te maken?”

“Wat als je een decreet uitvaardigt dat de eerstvolgende die  vergelijkingen trekt  zoals met de Jodenvervolging in de de Tweede Wereldoorlog vriendelijk doch dringend wordt uitgenodigd tot het doen van een vergelijkend onderzoek. Het begint met drie dagen in de schuilkamer op het Rapenburg en als ze dan nog het verschil niet zien, is het de volgende keer meteen twee weken. Voelen ze gelijk aan den lijve wat exponentiële groei is.”

Ineens had ie door gehad waar Jort heen wilde en enthousiast had hij hem aangevuld.  

“Vind je niet dat Thierry, Willem Engel en Raisa Blommestijn het wel verdienen om als eerste een bijdrage te leveren aan dit vergelijkend onderzoek? Ik zie het helemaal voor me: met z’n drieën in dat kamertje van 2 x2.”

Bij het afscheid had Jort hem peinzend aangekeken. “Wat als je het echt doet? Laten we eerlijk zijn, de VVD jort, eh ik bedoel keldert in de peilingen, het merk Mark Rutte lijkt zijn glans verloren te hebben en iedereen kan van verre zien aankomen dat kabinet Rutte IV geen lang leven beschoren is. Waarom niet het over een heel andere boog gegooid? Trump is er ver mee gekomen.

Slaafse trauma’s nabestaanden

Toen ik een jaar of tien was, werd mijn moeder geconfronteerd met het feit dat ik iedere nacht gillend wakker werd. Ik had nachtmerries maar kon heel lang niet goed onder woorden brengen waar de nachtmerries over gingen. Pas na een half jaar kwam mijn moeder erachter dat ik tijdens de bijbelles op de openbare school had geleerd dat de Joden verantwoordelijk waren voor de kruisiging van Jezus Christus en dat Joden daarvoor voor moesten boeten tot hun kindskinderen en verder. En wij waren van Joodse afkomst….


Ik moest daaraan denken toen ik in Senegal werd bespuugd bij bezoek aan Holland House bij Dakar, een gebouw door Nederlanders gebouwd eeuwen geleden en gebuikt om slaven, pardon tot slaaf gemaakten, werden vastgehouden tot ze ingescheept zouden worden naar Amerika. Ik was toch een Nederlandse en als zodanig nog steeds verantwoordelijk voor wat mijn vermeende voorouders hadden gedaan.


Tegenwoordig moet ik er bijna dagelijks aan denken als ik lees hoe we enerzijds mensen moeten beschermen tegen kwetsende taal in safe havens, terwijl wij anderzijds continu hameren over wat de voorouders van witte Nederlanders hebben gedaan. Is het niet kwetsend voor hen om continu zo verantwoordelijk te worden gehouden voor wat sommige van hun voorouders hebben gedaan? Hoeveel mensen worden er regelmatig met nachtmerries wakker? En wat is daar het nut van?
Liever zou ik persoonlijk met elkaar werken aan het wegnemen van kwalijke gevolgen die er vandaag nog zijn.

Kinneging&Nussbaum

Ik weet het, waar we ons vorige week nog enorm opwonden over Andreas Kinneging of het onderzoek dat de Universiteit Leiden naar hem instelde, zijn zowel Andreas als het onderzoek nu alleen nog maar geschikt om de vis in te verpakken.

Toch inspireert Martha Nussbaum mij om er nog een keer op terug te komen.

Andreas Kinneging is een begenadigd en inspirerend docent. Het feit dat men zich zorgen maakt dat hij studenten indoctrineert met zijn conservatieve ideeën zegt meer over de andere docenten aan de Rechten Faculteit dan over Andreas. Ik krijg bijna de indruk dat er geen docenten zijn met andere ideeën die ook inspirerend zijn. En dat rijmt met het beeld dat opdoemt als je spreekt met mensen uit Academia: onderzoek is alles, onderwijs doe je erbij of besteed je uit.

Martha Nussbaum benadrukt in haar boek “Not for Profit” het belang om studenten aan het begin van hun studie te scholen in een bepaalde levenshouding, een werk- en levensmentaliteit. Nussbaum stelt daartoe voor een propedeuse te introduceren waar studenten met name gedoceerd worden in Socratische pedagogiek en in Sensibilisering tot mededogen.

Bij Socratische pedagogiek denkt Nussbaum aan een vak waar de student leert een kritisch zelfbewustzijn te ontwikkelen, goed leert analyseren en debatteren om zo een autonome geest te worden die in staat is zelfstandig te denken en zich niet meer laat intimideren.

Bij Sensibilisering tot mededogen moet de student leren positioneel te denken, leren de wereld te zien vanuit het standpunt van een ander, zoals Kwame Anthony Appiah zegt “to walk in the others mocassins for a while”.

Als deze vakken in het eerste jaar gedoceerd gaan worden door docenten met een passie voor dat vak, dan hoeft de Universiteit Leiden zich geen zorgen te maken over indoctrinatie met “verkeerde” ideeën ook niet door Andreas.

Leiden kan er natuurlijk ook voor kiezen voortaan alleen nog inspirerende, Sokratisch ingestelde docenten aan te nemen.

Queen’s Gambit meets corona

Vanochtend een interessant gesprek gehad met mijn favoriete horecaman over de vraag waarom de horeca niet open mag terwijl de besmettingscijfers zo duidelijk omlaag gaan. 

Alles draait om de exponentiële groei, deze keer van de Britse variant. Dus met de huidige maatregelen hebben we onze oude vriend, het oorspronkelijke virus onder de r = 1 gekregen. Met andere woorden 1 persoon die besmet is met de eerste variant steekt minder dan één ander persoon. Daarmee zou de virus langzaam moeten uitdoven. Maar wat er aan zit te komen is de exponentiële groei van de Britse variant. Exponentiële groei is contra-intuïtief, daarom hebben we het bekende schaakbord  van Sessa ebn Daher erbij gepakt. Naar verluidt was koning Sheram hem zo dankbaar dat hij hem had leren schaken dat hij hem wilde belonen.  

Sessa vroeg de koning om 1 rijstkorrel (of graankorrel) op het eerste veld van het schaakveld, 2 korrels op het tweede veld, 4 korrels op het derde, 8 korrels op het vierde enz. Op ieder veld dus steeds het dubbele aantal rijstkorrels van het vorige veld, totdat alle velden gevuld waren. De koning begreep aanvankelijk niet waarom Sessa zo’n bescheiden cadeau vroeg. Echter, tegen de tijd dat het 64e vakje gevuld moest worden, bleken er niet genoeg korrels in het land te zijn. Tegenwoordig heet dit exponentiële groei.

Als we rijstkorrels vervangen voor Corona zieken of nog belangrijker mensen die wegens corona in het ic worden opgenomen, dan betekent dat bij een exponentiële groei na 8 weken nog niets. 128 zieken. Waar maken we ons druk over? Maar zonder beperkende maatregelen zijn het er na 16 weken het er bijna 33.000, en in week 18 zijn we al over de 100.00 heen.  In week 25 zitten we op bijna 17 miljoen.

En omdat de Britse variant besmettelijker is, groeit hij sneller. Die Britse variant is pas een week of acht geleden in Nederland geland en dus zien we ‘m nog niet aanzwellen. Zijn groei wordt als het ware gemaskeerd. En wat we niet zien, is er niet. Dat zal over een paar weken anders zijn, dan heeft hij onze oude vriend verdrongen en zonder extra  maatregelen zullen de aantallen weer sterk stijgen. Kortom ik vrees zo wel voor mezelf als voor mijn horecavriend dat de  kroeg nog even gesloten moet blijven. Niet leuk, maar t is wat het is.  

Astra Zeneca heeft veel illustere voorgangers

It takes one to know

Jaren geleden werkte ik bij een groot bedrijf met veel vestigingen door het hele land. Iedere vestiging deed zijn eigen inkoop. Dus besloot de drectie dat centrale inkoop vast tot lagere inkoopprijzen zou leiden. Na uitgebreide onderzoeken en consultaties werd een Centrale Inkoop afdeling opgericht. Voortaan moest inkoop centraal georganiseerd worden. Dat zou enorme inkoopprijsoordelen kunnen opleveren.
Binnen de kortste keren na de oprichting van de Centrale Inkoopafdeling stonden een aantal belangrijke producten op de schaarste lijst. “Er waren steeds maar stakingen bij de fabriek in Duitsland,” aldus de leverancier. En dan weer: ” Er zijn productieproblemen.”


De druk vanuit onze vestigingen werd met de dag groter, we lieten onze directie met hun directie bellen, vroegen naar andere fabrieken, niets hielp.
Achteraf gezien hadden we bij de leverancier in zijn magazijn moeten gaan kijken of bij de fabriek in Duitsland, maar we waren naïef. Heel naïef.
Tot we een medewerker van één van onze vestigingen spraken. Hij was altijd al tegen de oprichting van de Centrale Inkoop Afdeling was geweest. “Wij zijn gewoon betere inkopers dan jullie.” “Hoezo?” vroegen wij “Nou al die producten die jullie op schaarste hebben staan, die hebben wij ruim op voorraad liggen in ons lokale magazijn.”


Verbijstering sloeg toe bij ons tot een slimmerik vroeg aan de medewerker: “wat hebben jullie ervoor betaald?”
Bleek de lokale vestiging gemiddeld drie keer de prijs te betalen die wij als centrale inkoopafdeling hadden bedongen!


Iedere keer als ik lees over de “problemen” bij Astra Zeneca, moet ik aan de wijze lessen denken die wij toen geleerd hebben.

Borstkanker en taboes

Afgelopen zaterdag 31 oktober weer bij RTV Discus aandacht mogen vragen voor het belang van vroegdetectie bij borstkanker.

We bestrijden taboes: borstkanker is zelden dodelijk, het is geen straf van God en het is niet besmettelijk en proberen angst weg te nemen.
95% genezingskans als je er vroeg bij bent. En 1 op de 7 vrouwen krijgt borstkanker! Meer dan 17.000 vrouwen en 144 mannen per jaar.
Daarnaast steunt Mammarosa vrouwen die borstkanker hebben gekregen. Onze steun vooral gericht is op de borstkanker en de gevolgen. We helpen vrouwen de goede protheses en bh’s te vinden, we bellen ze op de moeilijkste momenten tijdens de chemo om ze moed in te spreken maar vooral ook om ze uit de ellende te trekken, ze mee wamdelen te nemen, ze te laten ervaren hoe heilzaam opstaan en naar buiten gaan is.
We ondersteunen ze ook met lotgenotengroepen waar ze in hun eigen taal ervaringen kunnen uitwisselen.
https://www.rtvdiscus.nl/video/herhaling.htm

Handen schudden, conventie of respect?

Ik had vrij snel achter elkaar twee volstrekt verschillende ervaringen met handen schudden en geloof.  

Ik liep samen met mijn vriend te wandelen toen wij een Syriër tegenkwamen die hij kende. De vriend stelde mij en zijn Syrische vriend aan elkaar voor, maar in plaats van mijn hand te schudden,

boog de Syriër met een vriendelijke glimlach en zijn hand op zijn hart.

Het was een mooie ontmoeting die mij met een prettig gevoel achterliet.

Niet lang daarna ontmoette ik een nieuwe leerling, maar toen ik mijn hand uitstak

kreeg ik de volgende reactie:
Een bozige weigering om mijn uitgestoken hand aan te nemen

Hij mompelde iets in de trant van gelovige moslim en vrouwen geen hand schudden.

Vernederd

Ik voelde me vernederd, maar waardoor wist ik niet onmiddellijk. Toen de Syriër had “geweigerd” mijn hand te schudden, had ik de ontmoeting per slot van rekening als heel mooi ervaren.

Provocatie?

Ik ben er nog niet helemaal uit, maar ik denk dat het vooral de provocerende, bozige manier was waarop mijn hand werd geweigerd werd, die de ontmoeting tot een onaangename ervaring maakte. Had de leerling dezelfde sociale vaardigheden gehad als de Syrische statushouder, en in plaats van mij botweg te weigeren, een respectvolle buiging gemaakt, dan was de ervaring heel positief geweest.

Goed voornemen

Tegelijk realiseer ik me ook dat de jongen zich waarschijnlijk heel ongemakkelijk voelt als een vrouw hem een hand toesteekt. De volgende keer ga ik dat eens met die jongen bespreken. En ik neem me voor niet altijd maar automatisch mijn hand uit te steken, maar eerst te kijken hoe de ander regeert. Steek ik mijn hand niet uit dan voel ik me ook minder snel afgewezen en de ander voelt zich wellicht minder ongemakkelijk.

Daadkracht is goed, maar vaak kun je beter eerst even op je handen gaan zitten

Beleid ☚☛ Praktijk

Een tijd geleden was ik bij een inspraakbijeenkomst van de gemeente. Het onderwerp was een nieuw beleidsplan van de gemeente rond zaken als gezondheid en eenzaamheid. De gemeente had een mooi pand afgehuurd, er was natuurlijk eerst een algemene sessie in een grote zaal. De portee van het inleidende verhaal was dat de gemeente vol daadkracht was en vooral ging stimuleren dat allerlei organisaties in wijken met een gezondheidsachterstand plekken zouden inrichten waar mensen konden komen sporten of waar eenzame mensen anderen konden ontmoeten of waar mensen advies konden krijgen over gezonde voeding, over geschikte beweging of over gezond omgaan met financiën of zo. En, oh ja, er was geen geld beschikbaar voor vrijwilligersvergoedingen.

Vervreemding


Daarna was het plan in tien thema’s gehakt en afhankelijk van je belangstelling kon je vervolgens in een klein zaaltje samen met medewerkers van andere organisaties in hetzelfde werkveld luisteren naar de uitleg van een paar ambtenaren over dat specifieke thema.  Wij zaten met stomheid geslagen te luisteren en hadden maar een vraag voor de aanwezige ambtenaren: “Hoe gaan jullie zorgen dat je doelgroep naar al die duur ingerichte plekken en adviseurs gaan komen?”  Waarop de ambtenaren ons even verbaasd  vroegen; “Hoe bedoelen jullie?” En wij ze weer vroegen: “Maar weten jullie dan niet dat 95% van onze inspanning er in zit om eenzame of zieke mensen zo ver te krijgen dat ze opstaan, zich aankleden en het huis uitkomen? Weet je niet hoe vaak onze vrijwilligers die mensen bellen, bij ze langsgaan tot ze een keer meekomen en hoe vaak ze dat moeten herhalen voordat mensen uit zichzelf komen? We zitten niet te wachten op mooi ingerichte plekken, we ontmoeten ze in een buurthuis  of gaan met ze wandelen. En die vrijwilligers zitten vaak in de bijstand. Die kunnen zich echt de onkosten niet permitteren, daar hebben ze een onkostenvergoeding voor nodig. Zonder onze vrijwilligers komt er niemand van de doelgroep naar jullie ontmoetings- of sport- of voorlichtingsplekken.

Mismatch

Ik moest aan die ontmoeting tussen twee werelden denken toen ik de oratie van Frans de Leeuw las over de mismatch tussen goedbedoelde overheidsinterventies en ingesleten gedragsmechanismen van mensen waar de interventies voor bedoeld zijn.[1]

De Leeuw stelt dat wij bij het bedenken, implementeren en evalueren van maatregelen veel te weinig de neurowetenschappelijke, sociologische en psychologische experts raadplegen. Zij kunnen vaak ex ante al aangeven of een maatregel een kans van slagen heeft en wat je kunt doen om de kans van slagen te verhogen.

Nog steeds houden wij te weinig rekeningen zowel met de context waarin de maatregelen effect moeten sorteren als met ingesleten gedragsmechanismen in mensen.

Topsalarissen

Een prachtig voorbeeld van zo een mechanisme is relatieve deprivatie: Of ik me arm of rijk voel, hangt voor een groot deel af van de vraag of ik meer of minder heb dan de mensen waar ik me mee meet. En die relatieve deprivatie maakt dat neurosociologen waarschijnlijk hadden kunnen voorspellen dat het publiceren van topinkomsten als effect zou hebben dat die salarissen steeds sneller zouden stijgen. Immers die ceo’s willen allemaal meer verdienen dan hun concollega’s, hun status hangt daar van af en geen Raad van Commissarissen durft zijn ceo ergens anders dan in het hoogste kwartiel te zetten qua inkomsten. En dat terwijl de bedoeling van de maatregel was de topsalarissen te matigen.

Onderzoek wijst uit dat de meest gehanteerde interventies uitgaan van (een combinatie van) financiële prikkels, overreding, dwang/handhaving en bescherming van zwakkeren. Onderzoek wijst ook uit dat de mechanismen die het beste werken zijn: leren, leren en nog eens leren, belonen en straffen, vooral binnen de eigen sociale groep en verhogen pakkans.

Actie Reactie & de wet van de onbedoelde neveneffecten

Zolang we daar geen rekening mee houden, zullen we zien dat de overheid maatregelen neemt die niet alleen niet gewenste effect hebben, maar om met von Mises te spreken een heleboel ongewenste effecten zullen genereren, waarop wij weer – actie reactie – nieuwe maatregelen zullen bedenken in plaats van op te houden met wat we deden.


[1] Frans L. de Leeuw, Gedragsmechanismen achter overheidsinterventies en rechtsregels, oratie 23.05.2008, Universiteit Maastricht