De Persconferentie Trump versie

Hij wordt wakker met een blij gevoel van anticipatie. Zo een gevoel zoals hij vroeger had op zijn verjaardag. De blijde verwachting van wat de dag gaat brengen: het middelpunt zijn, met je beste vriendje op school langs alle klassen om de juffen en meesters te trakteren en natuurlijk de cadeaus. Wat was het vandaag? Hij is immers nog lang niet jarig.

En dan komt het allemaal terug. Jort was gisteravond langs gekomen en het was weer eens ouderwets gezellig en laat geworden. Hij had pas om half twaalf in zijn bed gelegen. Ze hadden gefilosofeerd over een alternatief slot voor de persconferentie. Weg met al die politieke correctheid. Eindelijk zou hij zeggen waar het op stond. Vooral die mensen die bij het minste geringste klagen dat het leven ondraaglijk wordt als je a. niet naar een festival kan of b. Je coronapas moet laten checken c. een mondkapje op moet of d. je moet laten vaccineren. Een weekje verblijven op een onderduikadres van 2 x 2 zoals in de Tweede Wereldoorlog zou je ze gunnen.

En toen had Jort ‘m ineens vol enthousiasme aangestoten:

“Ik heb een briljant plan. Kun je je Anna nog herinneren?” Natuurlijk kon hij zich Anna nog herinneren. Een heel gestructureerd meisje. Jort mocht één keer in de week, op donderdag langskomen. Vrijdagochtend om 08.30 uiterlijk moest hij weer vertrokken zijn. “In haar huis op het Rapenburg zat in die gigantische bibliotheek beneden een deur verscholen tussen de boeken. En dat deurtje leidde naar een heuse schuilkamer waar in de oorlog mensen ondergedoken hadden gezeten.” Op dat moment was Mark een tweede biertje gaan halen, hij was z’n vriend even helemaal kwijt. Jort volgde hem al ratelend naar de keuken. “Zie je het dan niet? Je roept de noodtoestand uit net als de vorige keer en dan kun je een paar weken ongestraft bij decreet regeren.”

“Dank voor je college staatsrecht over wat de noodtoestand mij aan rechten geeft, maar wat heeft dat met Anna en haar schuilkamer te maken?”

“Wat als je een decreet uitvaardigt dat de eerstvolgende die  vergelijkingen trekt  zoals met de Jodenvervolging in de de Tweede Wereldoorlog vriendelijk doch dringend wordt uitgenodigd tot het doen van een vergelijkend onderzoek. Het begint met drie dagen in de schuilkamer op het Rapenburg en als ze dan nog het verschil niet zien, is het de volgende keer meteen twee weken. Voelen ze gelijk aan den lijve wat exponentiële groei is.”

Ineens had ie door gehad waar Jort heen wilde en enthousiast had hij hem aangevuld.  

“Vind je niet dat Thierry, Willem Engel en Raisa Blommestijn het wel verdienen om als eerste een bijdrage te leveren aan dit vergelijkend onderzoek? Ik zie het helemaal voor me: met z’n drieën in dat kamertje van 2 x2.”

Bij het afscheid had Jort hem peinzend aangekeken. “Wat als je het echt doet? Laten we eerlijk zijn, de VVD jort, eh ik bedoel keldert in de peilingen, het merk Mark Rutte lijkt zijn glans verloren te hebben en iedereen kan van verre zien aankomen dat kabinet Rutte IV geen lang leven beschoren is. Waarom niet het over een heel andere boog gegooid? Trump is er ver mee gekomen.

Slaafse trauma’s nabestaanden

Toen ik een jaar of tien was, werd mijn moeder geconfronteerd met het feit dat ik iedere nacht gillend wakker werd. Ik had nachtmerries maar kon heel lang niet goed onder woorden brengen waar de nachtmerries over gingen. Pas na een half jaar kwam mijn moeder erachter dat ik tijdens de bijbelles op de openbare school had geleerd dat de Joden verantwoordelijk waren voor de kruisiging van Jezus Christus en dat Joden daarvoor voor moesten boeten tot hun kindskinderen en verder. En wij waren van Joodse afkomst….


Ik moest daaraan denken toen ik in Senegal werd bespuugd bij bezoek aan Holland House bij Dakar, een gebouw door Nederlanders gebouwd eeuwen geleden en gebuikt om slaven, pardon tot slaaf gemaakten, werden vastgehouden tot ze ingescheept zouden worden naar Amerika. Ik was toch een Nederlandse en als zodanig nog steeds verantwoordelijk voor wat mijn vermeende voorouders hadden gedaan.


Tegenwoordig moet ik er bijna dagelijks aan denken als ik lees hoe we enerzijds mensen moeten beschermen tegen kwetsende taal in safe havens, terwijl wij anderzijds continu hameren over wat de voorouders van witte Nederlanders hebben gedaan. Is het niet kwetsend voor hen om continu zo verantwoordelijk te worden gehouden voor wat sommige van hun voorouders hebben gedaan? Hoeveel mensen worden er regelmatig met nachtmerries wakker? En wat is daar het nut van?
Liever zou ik persoonlijk met elkaar werken aan het wegnemen van kwalijke gevolgen die er vandaag nog zijn.

Kinneging&Nussbaum

Ik weet het, waar we ons vorige week nog enorm opwonden over Andreas Kinneging of het onderzoek dat de Universiteit Leiden naar hem instelde, zijn zowel Andreas als het onderzoek nu alleen nog maar geschikt om de vis in te verpakken.

Toch inspireert Martha Nussbaum mij om er nog een keer op terug te komen.

Andreas Kinneging is een begenadigd en inspirerend docent. Het feit dat men zich zorgen maakt dat hij studenten indoctrineert met zijn conservatieve ideeën zegt meer over de andere docenten aan de Rechten Faculteit dan over Andreas. Ik krijg bijna de indruk dat er geen docenten zijn met andere ideeën die ook inspirerend zijn. En dat rijmt met het beeld dat opdoemt als je spreekt met mensen uit Academia: onderzoek is alles, onderwijs doe je erbij of besteed je uit.

Martha Nussbaum benadrukt in haar boek “Not for Profit” het belang om studenten aan het begin van hun studie te scholen in een bepaalde levenshouding, een werk- en levensmentaliteit. Nussbaum stelt daartoe voor een propedeuse te introduceren waar studenten met name gedoceerd worden in Socratische pedagogiek en in Sensibilisering tot mededogen.

Bij Socratische pedagogiek denkt Nussbaum aan een vak waar de student leert een kritisch zelfbewustzijn te ontwikkelen, goed leert analyseren en debatteren om zo een autonome geest te worden die in staat is zelfstandig te denken en zich niet meer laat intimideren.

Bij Sensibilisering tot mededogen moet de student leren positioneel te denken, leren de wereld te zien vanuit het standpunt van een ander, zoals Kwame Anthony Appiah zegt “to walk in the others mocassins for a while”.

Als deze vakken in het eerste jaar gedoceerd gaan worden door docenten met een passie voor dat vak, dan hoeft de Universiteit Leiden zich geen zorgen te maken over indoctrinatie met “verkeerde” ideeën ook niet door Andreas.

Leiden kan er natuurlijk ook voor kiezen voortaan alleen nog inspirerende, Sokratisch ingestelde docenten aan te nemen.

Astra Zeneca heeft veel illustere voorgangers

It takes one to know

Jaren geleden werkte ik bij een groot bedrijf met veel vestigingen door het hele land. Iedere vestiging deed zijn eigen inkoop. Dus besloot de drectie dat centrale inkoop vast tot lagere inkoopprijzen zou leiden. Na uitgebreide onderzoeken en consultaties werd een Centrale Inkoop afdeling opgericht. Voortaan moest inkoop centraal georganiseerd worden. Dat zou enorme inkoopprijsoordelen kunnen opleveren.
Binnen de kortste keren na de oprichting van de Centrale Inkoopafdeling stonden een aantal belangrijke producten op de schaarste lijst. “Er waren steeds maar stakingen bij de fabriek in Duitsland,” aldus de leverancier. En dan weer: ” Er zijn productieproblemen.”


De druk vanuit onze vestigingen werd met de dag groter, we lieten onze directie met hun directie bellen, vroegen naar andere fabrieken, niets hielp.
Achteraf gezien hadden we bij de leverancier in zijn magazijn moeten gaan kijken of bij de fabriek in Duitsland, maar we waren naïef. Heel naïef.
Tot we een medewerker van één van onze vestigingen spraken. Hij was altijd al tegen de oprichting van de Centrale Inkoop Afdeling was geweest. “Wij zijn gewoon betere inkopers dan jullie.” “Hoezo?” vroegen wij “Nou al die producten die jullie op schaarste hebben staan, die hebben wij ruim op voorraad liggen in ons lokale magazijn.”


Verbijstering sloeg toe bij ons tot een slimmerik vroeg aan de medewerker: “wat hebben jullie ervoor betaald?”
Bleek de lokale vestiging gemiddeld drie keer de prijs te betalen die wij als centrale inkoopafdeling hadden bedongen!


Iedere keer als ik lees over de “problemen” bij Astra Zeneca, moet ik aan de wijze lessen denken die wij toen geleerd hebben.

Borstkanker en taboes

Afgelopen zaterdag 31 oktober weer bij RTV Discus aandacht mogen vragen voor het belang van vroegdetectie bij borstkanker.

We bestrijden taboes: borstkanker is zelden dodelijk, het is geen straf van God en het is niet besmettelijk en proberen angst weg te nemen.
95% genezingskans als je er vroeg bij bent. En 1 op de 7 vrouwen krijgt borstkanker! Meer dan 17.000 vrouwen en 144 mannen per jaar.
Daarnaast steunt Mammarosa vrouwen die borstkanker hebben gekregen. Onze steun vooral gericht is op de borstkanker en de gevolgen. We helpen vrouwen de goede protheses en bh’s te vinden, we bellen ze op de moeilijkste momenten tijdens de chemo om ze moed in te spreken maar vooral ook om ze uit de ellende te trekken, ze mee wamdelen te nemen, ze te laten ervaren hoe heilzaam opstaan en naar buiten gaan is.
We ondersteunen ze ook met lotgenotengroepen waar ze in hun eigen taal ervaringen kunnen uitwisselen.
https://www.rtvdiscus.nl/video/herhaling.htm

Daadkracht is goed, maar vaak kun je beter eerst even op je handen gaan zitten

Beleid ☚☛ Praktijk

Een tijd geleden was ik bij een inspraakbijeenkomst van de gemeente. Het onderwerp was een nieuw beleidsplan van de gemeente rond zaken als gezondheid en eenzaamheid. De gemeente had een mooi pand afgehuurd, er was natuurlijk eerst een algemene sessie in een grote zaal. De portee van het inleidende verhaal was dat de gemeente vol daadkracht was en vooral ging stimuleren dat allerlei organisaties in wijken met een gezondheidsachterstand plekken zouden inrichten waar mensen konden komen sporten of waar eenzame mensen anderen konden ontmoeten of waar mensen advies konden krijgen over gezonde voeding, over geschikte beweging of over gezond omgaan met financiën of zo. En, oh ja, er was geen geld beschikbaar voor vrijwilligersvergoedingen.

Vervreemding


Daarna was het plan in tien thema’s gehakt en afhankelijk van je belangstelling kon je vervolgens in een klein zaaltje samen met medewerkers van andere organisaties in hetzelfde werkveld luisteren naar de uitleg van een paar ambtenaren over dat specifieke thema.  Wij zaten met stomheid geslagen te luisteren en hadden maar een vraag voor de aanwezige ambtenaren: “Hoe gaan jullie zorgen dat je doelgroep naar al die duur ingerichte plekken en adviseurs gaan komen?”  Waarop de ambtenaren ons even verbaasd  vroegen; “Hoe bedoelen jullie?” En wij ze weer vroegen: “Maar weten jullie dan niet dat 95% van onze inspanning er in zit om eenzame of zieke mensen zo ver te krijgen dat ze opstaan, zich aankleden en het huis uitkomen? Weet je niet hoe vaak onze vrijwilligers die mensen bellen, bij ze langsgaan tot ze een keer meekomen en hoe vaak ze dat moeten herhalen voordat mensen uit zichzelf komen? We zitten niet te wachten op mooi ingerichte plekken, we ontmoeten ze in een buurthuis  of gaan met ze wandelen. En die vrijwilligers zitten vaak in de bijstand. Die kunnen zich echt de onkosten niet permitteren, daar hebben ze een onkostenvergoeding voor nodig. Zonder onze vrijwilligers komt er niemand van de doelgroep naar jullie ontmoetings- of sport- of voorlichtingsplekken.

Mismatch

Ik moest aan die ontmoeting tussen twee werelden denken toen ik de oratie van Frans de Leeuw las over de mismatch tussen goedbedoelde overheidsinterventies en ingesleten gedragsmechanismen van mensen waar de interventies voor bedoeld zijn.[1]

De Leeuw stelt dat wij bij het bedenken, implementeren en evalueren van maatregelen veel te weinig de neurowetenschappelijke, sociologische en psychologische experts raadplegen. Zij kunnen vaak ex ante al aangeven of een maatregel een kans van slagen heeft en wat je kunt doen om de kans van slagen te verhogen.

Nog steeds houden wij te weinig rekeningen zowel met de context waarin de maatregelen effect moeten sorteren als met ingesleten gedragsmechanismen in mensen.

Topsalarissen

Een prachtig voorbeeld van zo een mechanisme is relatieve deprivatie: Of ik me arm of rijk voel, hangt voor een groot deel af van de vraag of ik meer of minder heb dan de mensen waar ik me mee meet. En die relatieve deprivatie maakt dat neurosociologen waarschijnlijk hadden kunnen voorspellen dat het publiceren van topinkomsten als effect zou hebben dat die salarissen steeds sneller zouden stijgen. Immers die ceo’s willen allemaal meer verdienen dan hun concollega’s, hun status hangt daar van af en geen Raad van Commissarissen durft zijn ceo ergens anders dan in het hoogste kwartiel te zetten qua inkomsten. En dat terwijl de bedoeling van de maatregel was de topsalarissen te matigen.

Onderzoek wijst uit dat de meest gehanteerde interventies uitgaan van (een combinatie van) financiële prikkels, overreding, dwang/handhaving en bescherming van zwakkeren. Onderzoek wijst ook uit dat de mechanismen die het beste werken zijn: leren, leren en nog eens leren, belonen en straffen, vooral binnen de eigen sociale groep en verhogen pakkans.

Actie Reactie & de wet van de onbedoelde neveneffecten

Zolang we daar geen rekening mee houden, zullen we zien dat de overheid maatregelen neemt die niet alleen niet gewenste effect hebben, maar om met von Mises te spreken een heleboel ongewenste effecten zullen genereren, waarop wij weer – actie reactie – nieuwe maatregelen zullen bedenken in plaats van op te houden met wat we deden.


[1] Frans L. de Leeuw, Gedragsmechanismen achter overheidsinterventies en rechtsregels, oratie 23.05.2008, Universiteit Maastricht

Baudet of Jetten, waarom ze me geen beiden aanspreken

Van Engelshoven en Bidet, twee kanten van dezelfde medaille. Als reactie op uitspraken van Bidet in zijn essay over Houllebecq laat van Engelshoven weten dat zij ontzet is door de domme uitspraken: “Ik blijf strijden voor financiële onafhankelijkheid van vrouwen zodat zij in vrijheid altijd hun eigen keuzes kunnen maken”, zo laat zij weten.

Die reactie vind ik minstens net zo tenenkrommend als de door haar gehekelde opmerkingen. Waarom? Omdat beiden voor mij als kiezer niet concreet genoeg worden. Ik koop niets voor hun uitspraken. Het echte debat dat Bidet aanzwengelt is de vraag hoever wij willen gaan met het kapitalisme en liberalisme. Hij doet dat door te appelleren aan gevoelens van nostalgie. Als ik eerlijk ben, vrees ik bijvoorbeeld ook voor de teloorgang van de Papa&Mama winkels die niet kunnen opboksen tegen grote ketens. Voor straten vol eenheidsworsten van ketenwinkels en ketenrestaurants.

Voor een maatschappij waarin het kapitalistische ideaal zo ver doorgeschoten is dat we geen oog meer kunnen hebben voor de ander, omdat we continu moeten knokken om zelf in leven te blijven. Soms zijn de VS dan het verhaal van een naderende nachtmerrie voor mij. Voor mij weliswaar nog geen reden om op Bidet te stemmen, maar ik kan me wel voorstellen dat hij ermee appelleert.

Waarom besteden andere partijen geen aandacht aan de vraag hoe we kunnen zorgen dat niet alles een eenheidsworst wordt of hoe we tegemoet kunnen komen aan de zorg dat ons recht op euthanasie (waar ik een voorstander van ben) niet misbruikt wordt inderdaad door mensen die een erfenis begeren of die geen zin hebben hun ouders te verzorgen? En waarom wordt niemand concreet over wat een sterker Europa betekent (waar ik onder voorwaarden voor ben) en wat minder Brusselse regeltjes betekent (waar ik onder voorwaarden ook voor ben). Bidet laat maar een kant zien, maar D66 net zo goed. Onbevredigend omdat de kiezer twee kanten ziet en wil weten waar tussen die twee kanten een politicus de grens legt.

S-Force

soms is een klein duwtje voldoende

zelf kunst maken is gaaf

Als gastdocent op de IMC Weekendschool maak je van alles mee. Tijdens de lessen politiek bleken veel kinderen te denken dat ze geen volksvertegenwoordiger mogen worden omdat ze van buitenlandse afkomst zijn. Nog schrijnender vond ik het meisje dat zulke intelligente vragen stelde dat ik ervan overtuigd was dat ze op het gymnasium zat. Bleek ze te worstelen op VMBO basis.
Dan zie je in de praktijk waar de Inspectie van het Onderwijs ieder jaar voor waarschuwt: het diploma van de ouders bepaalt steeds vaker het diploma van de kinderen.

dat vak van politieagent is gaaf en meisjes kunnen het ook!


En daar wil iets aan doen. Al zijn het maar een paar druppels op een warme plaat. Als veel mensen er veel druppels op laten vallen, dan krijg je de temperatuur toch weer naar een acceptabel niveau.
Samen met Fonda Sahla hebben we drie proefprojecten opgezet met drie verschillende scholen in zogenaamde achterstandswijken.
Met dank aan veel van onze vrienden en kennissen is het eerste project maandag 6 mei van start gegaan . Drie gastdocenten hebben leerlingen van groep 8 maandag twee uur lang laten kennismaken met hun beroep of vak, ze laten ervaren hoe het is om daarin te werken. De leerlingen hebben trotse foto’s gemaakt, zichzelf nagetekend door hun gezicht te voelen, Nederland via luchtfoto’s leren kennen en geraden wat de foto voorstelt en in vogelvlucht de geschiedenis van de architectuur van onze huizen leren kennen.

Het mooiste compliment kwam toen de leerlingen kwamen vragen of ze meer van deze lessen mochten krijgen.
Donderdag mochten ze een verkeersprobleem oplossen met een oud-wethouder, aan de JSF knutselen met een vrouwelijke soldaat van de luchtmacht, aandelen kopen met een vroegere trader en een huis verbouwen met een aannemer en vrijdag hebben ze ademloss naar militaire avonturen in Soedan en Israel geluisterd, aan loopbaanplanning gedaan, ontdekt dat ook meisjes politieagent kunnen worden. En de eerste verzoeknummers zijn ook al binnen.

Maandag gaan we verkiezingen houden, to be continued

Mag een kind breken met een ouder?

Ethiek of pedagogiek? Never the twain shall meet?


Veronique en Gerrit waren al enige tijd gescheiden toen Marinka, hun middelste kind steeds vaker bij haar vader aankaartte dat Veronique wel erg veel druk op haar uitoefende rond haar schoolprestaties. Iedere keer als ze met een slecht cijfer thuiskwam, kreeg ze een strenge preek over het feit dat ze harder moest werken. En daar werd ze heel zenuwachtig van, waardoor ze hoe hard ze ook studeerde op proefwerken helemaal blokkeerde en juist steeds slechtere cijfers haalde. Toen Gerrit samen met haar naar Veronique ging om dit te bespreken, kwam hij niet veel verder dan de zin: “Marinka wil een tijdje bij Pappa komen wonen.” Veronique ontplofte: “Jij zwakkeling, zie je dan niet dat Marinka je om haar pink wikkelt met haar zielig gedoe. Er is niets aan de hand, behalve dat ze lui is en iemand haar achter haar broek moet zitten. Bij jou weet ze dat dat niet gaat gebeuren.”

Voor Marinka was de maat nu vol, ze gaf aan niet eens meer bij haar moeder te durven wonen en smeekte haar vader haar mee te nemen. Uiteindelijk gaf Gerrit toe en nam haar mee.

De volgende dag probeerde hij nog een keer met Veronique erover te praten en uit te leggen waarom hij het niet met haar eens was dat Marinka een strenge aanpak nodig had. Veronique’s reactie: “Ik ben altijd een goede moeder geweest voor Marinka, ik verdien het niet dat ze zo met me breekt. Jij moet ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk terugkomt.” Enigszins verbaasd dat het gesprek niet ging over wat goed was voor het kind, maar wat de moeder wel of niet verdiende, probeerde hij het gesprek terug te brengen naar wat hij dacht dat de essentie was, te weten wat goed was voor Marinka en de mogelijkheid dat Marinka niet op haar moeder maar op haar vader leek in dit geval en dus eerder faalangstig dan lui was.

Hij kwam er niet tussen. Omdat hij het wel met Veronique eens was dat zij altijd een goede moeder was geweest in de zin dat ze alles met de beste intenties deed, probeerde hij thuisgekomen met Marinka het onderwerp “weer contact met je moeder” aan de orde te stellen. Hij schrok van de paniek die hij in Marinka’s ogen zag oplichten en besloot het onderwerp voorlopig even niet meer aan de orde te stellen en zich in plaats daarvan te richten op herstel van rust en vertrouwen bij zijn dochter. Hij ging met haar mentor en de belangrijkste leraren praten. De school adviseerde haar te laten onderzoeken op faalangst en toen dat inderdaad werd geconstateerd namen ze in overleg met school een aantal maatregelen waardoor Marinka uiteindelijk met een aantal herexamens toch over kon gaan. Hoewel hij al die tijd Veronique op de hoogte hield van de ontwikkelingen en de voortgang, kreeg hij van haar alleen zeer kille reacties. Het leek wel of ze niet geïnteresseerd was in de voortgang van Marinka, maar alleen in de vraag wanneer ze weer terug zou keren of althans weer contact zou maken. Sterker ze verweet hem dat hij daar zijn best niet voor deed.

Toen Marinka na de grote vakantie het nieuwe schooljaar veel beter begon en weer wat vertrouwen leek te krijgen, besloot hij haar weer te gaan aanmoedigen contact met haar moeder te zoeken. Onder de voorwaarde dat ze er niet hoefde te gaan wonen, gaf Marinka uiteindelijk toe en herstelde het contact zich weer enigszins. Tussen Gerrit en Veronique is de verhouding, die voor de breuk met Marinka zeer goed was, nooit meer hersteld.

Voor Veronique was hier sprake van een duidelijk morele kwestie: Een kind hoort respect te hebben voor zijn ouders en kan niet zomaar een ouder verstoten, zolang de ouder zich niet misdragen heeft. Veronique kan bogen op een lange traditie. Zei Confucius niet reeds dat kinderen hun ouders met eerbied moeten behandelen: als kind moet je ze gehoorzamen, en later moet je voor ze zorgen. Zomaar met je ouder breken, terwijl deze je niets heeft misdaan, is in die visie niet toegestaan. Breekt je kind met je en krijgt het de steun van de andere ouder het kind daarbij dan zal de hele wereld aannemen dat je iets vreselijks hebt gedaan. Dus bovenop het verdriet dat je je kind niet ziet stapelt zich ook nog schaamte omdat “men” schande van je spreekt.

Voor Gerrit daarentegen was hier sprake van een puur opvoedkundige aangelegenheid: wat was het beste voor het kind? Dat was voor hem ook gemakkelijker want zijn morele uitgangspunt was dat het belang van het kind altijd gaat voor het belang van de ouder.

Wat had Gerrit anders kunnen doen om Veronique mee te krijgen in zijn visie en aanpak en haar niet het gevoel te geven dat hij haar in de steek had gelaten in een voor haar ethisch gezien zo belangrijke zaak? Daarvoor gaan wij graag te rade bij de Brits-Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah. Hij adviseer ons vaker te proberen een tijd te lopen in de schoenen van de ander. Als Gerrit zich wat meer had verdiept in Veronique, was hij erachter gekomen dat zij als kind behoorlijk ongedisciplineerd was geweest en dat zij maar op het nippertje haar middelbare school had afgemaakt met dank aan haar vader die haar iedere dag achter haar broek zat. Zij zag een duidelijke parallel tussen Marinka nu en haarzelf toen, vooral omdat Marinka ook in andere opzichten op haar leek. Veronique had dan misschien ook meer open kunnen staan voor Gerrits belevenissen op de middelbare school. Gerrit vond school indertijd leuk en haalde goede cijfers ook zonder dat iemand hem achter zijn broek zat. Er was een uitzondering. Voor Frans had hij een bullebak als leraar. Een man die hem bij het minste geringste foutje ongeveer uitschold. Gerrit kon daar zo slecht tegen dat hij helemaal bevroor als hij bijvoorbeeld een Frans proefwerk had. Hoe goed hij ook had geleerd, hij haalde steeds slechtere cijfers. Hij herkende diezelfde “als een konijn in de koplamp” reactie bij Marinka. Misschien hadden ze elkaar nog niet overtuigd met zo een wandeling in elkaars schoenen. Maar ze zouden wel meer open hebben gestaan voor het idee dat er ook andere verklaringen mogelijk zijn dan je eigen. Ze hadden dan samen met de school of een specialist kunnen gaan praten om te vragen hoe deze Marinka’s problemen bezagen. Als Veronique dan vervolgens aan Marinka haar spijt had kunnen betuigen, had uitgelegd waar haar gedrag vandaan was gekomen, dan had hun allebei veel ellende bespaard kunnen blijven.

Utopie of realiteitszin?

Toen ik lid werd van de VVD was dat omdat ik graag wilde dat mijn partij zich meer ging bezighouden met energietransitie en duurzaamheid. Ik wilde dat om twee redenen: omdat het een realiteit is dat de aarde opwarmt, het milieu verontreinigd raakt en grondstoffen als zoet water uitgeput raken als de mens ongegeneerd doorgaat. Tegelijkertijd maakte ik me zorgen om het van realiteitszin ontblote utopiegedrag van partijen als Groen Links. Mijn nachtmerrie was een wereld waarin de overheid met een zeer gedetailleerde, onleefbare regelgeving  mij allerlei quota zou opleggen mbt het aantal kilometers dat ik mag rijden of de hoeveelheid vlees die ik mag eten. Daarbij alle ruimte wegnemend om zelf hier creatief mijn CO2 uitstoot te verminderen op de manier die mij de minste pijn zou kosten.

Gelukkig heeft de VVD volte face gemaakt en het opwarmings- en vervuilingsprobleem naar  zich toegetrokken.

Wat helaas nog niet gebeurd is, is dat de VVD de discussie naar zich toegetrokken heeft en van meer gezond verstand heeft voorzien.

Het is goed utopien te formuleren mbt de uitstoot over tig jaar. Tegelijkertijd moeten we de realiteitszin hebben om plannen te maken die passen bij de realiteit van vandaag. Als we eigenlijk nog geen idee hebben hoe je in oude wijken van het gas af kan raken, laten we dat dan ook nog niet doen. Waarom berekenen we niet wat vandaag het laaghangend fruit is? Wat vandaag het messte resultaat oplevert per euro en wat in ieder geval nuttig is? Bijvoorbeeld alle gebouwen isoleren, openbaar vervoer en fietsen stimuleren, alle daken van zonnepanelen voorzien, etc. et.
En laten we vooral minstens 10% van het te besteden bedrag reserveren voor innovatieve technologien op dit gebied. Daarmee snijdt het mes aan twee kanten: we leveren een bijdrage aan het terugdringen van milieuverontreiniging en we verzekeren onze economische toekomst.