Baudet of Jetten, waarom ze me geen beiden aanspreken

Van Engelshoven en Bidet, twee kanten van dezelfde medaille. Als reactie op uitspraken van Bidet in zijn essay over Houllebecq laat van Engelshoven weten dat zij ontzet is door de domme uitspraken: “Ik blijf strijden voor financiële onafhankelijkheid van vrouwen zodat zij in vrijheid altijd hun eigen keuzes kunnen maken”, zo laat zij weten.

Die reactie vind ik minstens net zo tenenkrommend als de door haar gehekelde opmerkingen. Waarom? Omdat beiden voor mij als kiezer niet concreet genoeg worden. Ik koop niets voor hun uitspraken. Het echte debat dat Bidet aanzwengelt is de vraag hoever wij willen gaan met het kapitalisme en liberalisme. Hij doet dat door te appelleren aan gevoelens van nostalgie. Als ik eerlijk ben, vrees ik bijvoorbeeld ook voor de teloorgang van de Papa&Mama winkels die niet kunnen opboksen tegen grote ketens. Voor straten vol eenheidsworsten van ketenwinkels en ketenrestaurants.

Voor een maatschappij waarin het kapitalistische ideaal zo ver doorgeschoten is dat we geen oog meer kunnen hebben voor de ander, omdat we continu moeten knokken om zelf in leven te blijven. Soms zijn de VS dan het verhaal van een naderende nachtmerrie voor mij. Voor mij weliswaar nog geen reden om op Bidet te stemmen, maar ik kan me wel voorstellen dat hij ermee appelleert.

Waarom besteden andere partijen geen aandacht aan de vraag hoe we kunnen zorgen dat niet alles een eenheidsworst wordt of hoe we tegemoet kunnen komen aan de zorg dat ons recht op euthanasie (waar ik een voorstander van ben) niet misbruikt wordt inderdaad door mensen die een erfenis begeren of die geen zin hebben hun ouders te verzorgen? En waarom wordt niemand concreet over wat een sterker Europa betekent (waar ik onder voorwaarden voor ben) en wat minder Brusselse regeltjes betekent (waar ik onder voorwaarden ook voor ben). Bidet laat maar een kant zien, maar D66 net zo goed. Onbevredigend omdat de kiezer twee kanten ziet en wil weten waar tussen die twee kanten een politicus de grens legt.

S-Force

soms is een klein duwtje voldoende

zelf kunst maken is gaaf

Als gastdocent op de IMC Weekendschool maak je van alles mee. Tijdens de lessen politiek bleken veel kinderen te denken dat ze geen volksvertegenwoordiger mogen worden omdat ze van buitenlandse afkomst zijn. Nog schrijnender vond ik het meisje dat zulke intelligente vragen stelde dat ik ervan overtuigd was dat ze op het gymnasium zat. Bleek ze te worstelen op VMBO basis.
Dan zie je in de praktijk waar de Inspectie van het Onderwijs ieder jaar voor waarschuwt: het diploma van de ouders bepaalt steeds vaker het diploma van de kinderen.

dat vak van politieagent is gaaf en meisjes kunnen het ook!


En daar wil iets aan doen. Al zijn het maar een paar druppels op een warme plaat. Als veel mensen er veel druppels op laten vallen, dan krijg je de temperatuur toch weer naar een acceptabel niveau.
Samen met Fonda Sahla hebben we drie proefprojecten opgezet met drie verschillende scholen in zogenaamde achterstandswijken.
Met dank aan veel van onze vrienden en kennissen is het eerste project maandag 6 mei van start gegaan . Drie gastdocenten hebben leerlingen van groep 8 maandag twee uur lang laten kennismaken met hun beroep of vak, ze laten ervaren hoe het is om daarin te werken. De leerlingen hebben trotse foto’s gemaakt, zichzelf nagetekend door hun gezicht te voelen, Nederland via luchtfoto’s leren kennen en geraden wat de foto voorstelt en in vogelvlucht de geschiedenis van de architectuur van onze huizen leren kennen.

Het mooiste compliment kwam toen de leerlingen kwamen vragen of ze meer van deze lessen mochten krijgen.
Donderdag mochten ze een verkeersprobleem oplossen met een oud-wethouder, aan de JSF knutselen met een vrouwelijke soldaat van de luchtmacht, aandelen kopen met een vroegere trader en een huis verbouwen met een aannemer en vrijdag hebben ze ademloss naar militaire avonturen in Soedan en Israel geluisterd, aan loopbaanplanning gedaan, ontdekt dat ook meisjes politieagent kunnen worden. En de eerste verzoeknummers zijn ook al binnen.

Maandag gaan we verkiezingen houden, to be continued

Mag een kind breken met een ouder?

Ethiek of pedagogiek? Never the twain shall meet?


Veronique en Gerrit waren al enige tijd gescheiden toen Marinka, hun middelste kind steeds vaker bij haar vader aankaartte dat Veronique wel erg veel druk op haar uitoefende rond haar schoolprestaties. Iedere keer als ze met een slecht cijfer thuiskwam, kreeg ze een strenge preek over het feit dat ze harder moest werken. En daar werd ze heel zenuwachtig van, waardoor ze hoe hard ze ook studeerde op proefwerken helemaal blokkeerde en juist steeds slechtere cijfers haalde. Toen Gerrit samen met haar naar Veronique ging om dit te bespreken, kwam hij niet veel verder dan de zin: “Marinka wil een tijdje bij Pappa komen wonen.” Veronique ontplofte: “Jij zwakkeling, zie je dan niet dat Marinka je om haar pink wikkelt met haar zielig gedoe. Er is niets aan de hand, behalve dat ze lui is en iemand haar achter haar broek moet zitten. Bij jou weet ze dat dat niet gaat gebeuren.”

Voor Marinka was de maat nu vol, ze gaf aan niet eens meer bij haar moeder te durven wonen en smeekte haar vader haar mee te nemen. Uiteindelijk gaf Gerrit toe en nam haar mee.

De volgende dag probeerde hij nog een keer met Veronique erover te praten en uit te leggen waarom hij het niet met haar eens was dat Marinka een strenge aanpak nodig had. Veronique’s reactie: “Ik ben altijd een goede moeder geweest voor Marinka, ik verdien het niet dat ze zo met me breekt. Jij moet ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk terugkomt.” Enigszins verbaasd dat het gesprek niet ging over wat goed was voor het kind, maar wat de moeder wel of niet verdiende, probeerde hij het gesprek terug te brengen naar wat hij dacht dat de essentie was, te weten wat goed was voor Marinka en de mogelijkheid dat Marinka niet op haar moeder maar op haar vader leek in dit geval en dus eerder faalangstig dan lui was.

Hij kwam er niet tussen. Omdat hij het wel met Veronique eens was dat zij altijd een goede moeder was geweest in de zin dat ze alles met de beste intenties deed, probeerde hij thuisgekomen met Marinka het onderwerp “weer contact met je moeder” aan de orde te stellen. Hij schrok van de paniek die hij in Marinka’s ogen zag oplichten en besloot het onderwerp voorlopig even niet meer aan de orde te stellen en zich in plaats daarvan te richten op herstel van rust en vertrouwen bij zijn dochter. Hij ging met haar mentor en de belangrijkste leraren praten. De school adviseerde haar te laten onderzoeken op faalangst en toen dat inderdaad werd geconstateerd namen ze in overleg met school een aantal maatregelen waardoor Marinka uiteindelijk met een aantal herexamens toch over kon gaan. Hoewel hij al die tijd Veronique op de hoogte hield van de ontwikkelingen en de voortgang, kreeg hij van haar alleen zeer kille reacties. Het leek wel of ze niet geïnteresseerd was in de voortgang van Marinka, maar alleen in de vraag wanneer ze weer terug zou keren of althans weer contact zou maken. Sterker ze verweet hem dat hij daar zijn best niet voor deed.

Toen Marinka na de grote vakantie het nieuwe schooljaar veel beter begon en weer wat vertrouwen leek te krijgen, besloot hij haar weer te gaan aanmoedigen contact met haar moeder te zoeken. Onder de voorwaarde dat ze er niet hoefde te gaan wonen, gaf Marinka uiteindelijk toe en herstelde het contact zich weer enigszins. Tussen Gerrit en Veronique is de verhouding, die voor de breuk met Marinka zeer goed was, nooit meer hersteld.

Voor Veronique was hier sprake van een duidelijk morele kwestie: Een kind hoort respect te hebben voor zijn ouders en kan niet zomaar een ouder verstoten, zolang de ouder zich niet misdragen heeft. Veronique kan bogen op een lange traditie. Zei Confucius niet reeds dat kinderen hun ouders met eerbied moeten behandelen: als kind moet je ze gehoorzamen, en later moet je voor ze zorgen. Zomaar met je ouder breken, terwijl deze je niets heeft misdaan, is in die visie niet toegestaan. Breekt je kind met je en krijgt het de steun van de andere ouder het kind daarbij dan zal de hele wereld aannemen dat je iets vreselijks hebt gedaan. Dus bovenop het verdriet dat je je kind niet ziet stapelt zich ook nog schaamte omdat “men” schande van je spreekt.

Voor Gerrit daarentegen was hier sprake van een puur opvoedkundige aangelegenheid: wat was het beste voor het kind? Dat was voor hem ook gemakkelijker want zijn morele uitgangspunt was dat het belang van het kind altijd gaat voor het belang van de ouder.

Wat had Gerrit anders kunnen doen om Veronique mee te krijgen in zijn visie en aanpak en haar niet het gevoel te geven dat hij haar in de steek had gelaten in een voor haar ethisch gezien zo belangrijke zaak? Daarvoor gaan wij graag te rade bij de Brits-Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah. Hij adviseer ons vaker te proberen een tijd te lopen in de schoenen van de ander. Als Gerrit zich wat meer had verdiept in Veronique, was hij erachter gekomen dat zij als kind behoorlijk ongedisciplineerd was geweest en dat zij maar op het nippertje haar middelbare school had afgemaakt met dank aan haar vader die haar iedere dag achter haar broek zat. Zij zag een duidelijke parallel tussen Marinka nu en haarzelf toen, vooral omdat Marinka ook in andere opzichten op haar leek. Veronique had dan misschien ook meer open kunnen staan voor Gerrits belevenissen op de middelbare school. Gerrit vond school indertijd leuk en haalde goede cijfers ook zonder dat iemand hem achter zijn broek zat. Er was een uitzondering. Voor Frans had hij een bullebak als leraar. Een man die hem bij het minste geringste foutje ongeveer uitschold. Gerrit kon daar zo slecht tegen dat hij helemaal bevroor als hij bijvoorbeeld een Frans proefwerk had. Hoe goed hij ook had geleerd, hij haalde steeds slechtere cijfers. Hij herkende diezelfde “als een konijn in de koplamp” reactie bij Marinka. Misschien hadden ze elkaar nog niet overtuigd met zo een wandeling in elkaars schoenen. Maar ze zouden wel meer open hebben gestaan voor het idee dat er ook andere verklaringen mogelijk zijn dan je eigen. Ze hadden dan samen met de school of een specialist kunnen gaan praten om te vragen hoe deze Marinka’s problemen bezagen. Als Veronique dan vervolgens aan Marinka haar spijt had kunnen betuigen, had uitgelegd waar haar gedrag vandaan was gekomen, dan had hun allebei veel ellende bespaard kunnen blijven.

Utopie of realiteitszin?

Toen ik lid werd van de VVD was dat omdat ik graag wilde dat mijn partij zich meer ging bezighouden met energietransitie en duurzaamheid. Ik wilde dat om twee redenen: omdat het een realiteit is dat de aarde opwarmt, het milieu verontreinigd raakt en grondstoffen als zoet water uitgeput raken als de mens ongegeneerd doorgaat. Tegelijkertijd maakte ik me zorgen om het van realiteitszin ontblote utopiegedrag van partijen als Groen Links. Mijn nachtmerrie was een wereld waarin de overheid met een zeer gedetailleerde, onleefbare regelgeving  mij allerlei quota zou opleggen mbt het aantal kilometers dat ik mag rijden of de hoeveelheid vlees die ik mag eten. Daarbij alle ruimte wegnemend om zelf hier creatief mijn CO2 uitstoot te verminderen op de manier die mij de minste pijn zou kosten.

Gelukkig heeft de VVD volte face gemaakt en het opwarmings- en vervuilingsprobleem naar  zich toegetrokken.

Wat helaas nog niet gebeurd is, is dat de VVD de discussie naar zich toegetrokken heeft en van meer gezond verstand heeft voorzien.

Het is goed utopien te formuleren mbt de uitstoot over tig jaar. Tegelijkertijd moeten we de realiteitszin hebben om plannen te maken die passen bij de realiteit van vandaag. Als we eigenlijk nog geen idee hebben hoe je in oude wijken van het gas af kan raken, laten we dat dan ook nog niet doen. Waarom berekenen we niet wat vandaag het laaghangend fruit is? Wat vandaag het messte resultaat oplevert per euro en wat in ieder geval nuttig is? Bijvoorbeeld alle gebouwen isoleren, openbaar vervoer en fietsen stimuleren, alle daken van zonnepanelen voorzien, etc. et.
En laten we vooral minstens 10% van het te besteden bedrag reserveren voor innovatieve technologien op dit gebied. Daarmee snijdt het mes aan twee kanten: we leveren een bijdrage aan het terugdringen van milieuverontreiniging en we verzekeren onze economische toekomst.

Waarom zou een weldenkend mens nog godsdienstig zijn?

God is niet langer dat mannetje op de wolk die ons allemaal tot in detail micromanagement. God is meer het besef dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij mensen ooit kunnen bevatten.  Ook al kunnen we het niet bevatten, we zijn er wel mee verbonden en we kunnen er wel hoop uit putten.

In Why Religion? vervlecht Elaine Pagels de verwerking van haar eigen tragische ervaringen met de bestudering van de geschiedenis van godsdienst.[1] Zoals zij zelf in de inleiding schrijft: “De erkenning van zulke verbindingen helpt ons het verleden te begrijpen en verlicht het heden.”


e[1] Elaine Pagels, Why Religion?, New York: Harper Collins, 2018. Elaine Pagels heft onder anderen veel tijd besteed aan het uit het Koptisch vertalen en het bestuderen van de teksten uit de Nag Hammadi Bibliotheek. Om de teksten te duiden, het verschil dat de ontdekking van deze teksten heeft gehad op het perspectief, heeft ze het boek The Gnostic Gospels geschreven. Vroege jeugd en Billy Graham

Vroege jeugd en Billy Graham

Opgegroeid in Palo Alto op een dieet van godsdienst  light, (haar vader was overtuigd atheïst, maar haar moeder bracht naar zondagsschool en zij had ook vrienden met wie ze weleens naar een kerkdienst ging), werd Elaine  op haar vijftiende gegrepen door de gepassioneerde overtuiging van Billy Graham.
Met een vader die last had van verschrikkelijke woede-uitbarstingen en een moeder die haar fysiek noch emotioneel enige warmte kon bieden, vond ze bij Billy Graham wellicht de warmte die ze thuis miste.[1] De begrafenis van haar vriend Paul betekende tevens het einde van haar liefde voor de kerk van Billy Graham. Ze kwam erachter dat zijn aanhangers hun sympathie voor Paul verloren op het moment dat ze ontdekten, dat hij niet een van hen was. Paul was Joods.


[1] Als Elaine probeerde haar gevoelens met haar moeder te delen, was het standaardantwoord: “Zo hoor je niet te voelen.” Of toen haar dierbaar vriend, de schilder Paul, overleed in een auto-ongeluk: “Het is maar beter zo, hij was toch niet goed voor jou.”

Studententijd, Gnostic Gospels en ketterij

In haar boek spelen de Gnostic Gospels een belangrijke rol. Toen Elaine op Harvard aankwam waren de Dead Sea Scrolls net twee jaar eerder gevonden, bijna tegelijk met de Nag Hammadi Bibliotheek in Egypte. Daardoor kwamen allerlei evangeliën die niet in de officiële bijbel waren opgenomen en die tot dan ook praktisch onbekend waren beschikbaar om te bestuderen. Gnostisch staat in het Grieks voor inzicht, maar in de ogen van de vroege kerkvaders, zoals de gerespecteerde kerkvader Irenaeus, waren deze gnostische evangeliën door Satan geïnspireerde ketterij.  Ketterij staat eigenlijk voor eigen keuze als het tegenovergestelde van orthodoxie, puur denken, dat wil zeggen denken zoals de kerkvaders vinden dat je moet denken, accepteren dat de vroege kerkvaders wisten wat goed voor ons was, wat de echte evangeliën waren en wat niet.[1] Blijkbaar waren er rond 400 na Christus ook al monniken die keuze niet slecht vonden en die ondanks een tegenovergestelde opdracht van bisschop Athanasius doorgingen met het kopiëren van deze ketterse evangeliën, opdat mensen konden kiezen tussen evangeliën. Het grote verschil tussen de Bijbel zoals wij die kennen en de meeste gnostische evangeliën, is dat de gnostische evangeliën vooral vragen stellen, terwijl de Bijbel en de Kerk je opdragen wat je moet geloven.

Een van de kernvragen is wat godsdienst eigenlijk is? Een vastgestelde lijst dogma’s waarin eenieder moet geloven of mag eenieder zelf kiezen uit de grote verzameling ideeën? Ideeën die deels ook uit andere tradities dan de Christelijke kunnen komen, maar wel concepten die passen bij, ja die antwoorden geven op, datgene wat jij meemaakt en wat vragen bij jou oproept in de tijd waarin je leeft, in de omgeving waarin je leeft.  Discussie over bijvoorbeeld wat ketterij is, zijn niet zomaar een verschil van mening over ideeën. Toen, ten tijde van de vorming van het vroege Christendom was het een heftige strijd over wie de macht zou krijgen, hoe de maatschappij gevormd moest worden, met welke groep je je identificeert, wie bepaalt welke evangeliën in het officiële Nieuwe Testament mogen worden opgenomen.

Studie van de bijbel versus theoretische natuurkunde

Wat mij fascineert is dat zij raakvlakken ontdekte tussen haar onderzoek en dat van haar man, Heinz Pagels, een theoretisch natuurkundige. Een van de redenen waarom ik na de middelbare school niet stond te trappelen om bijvoorbeeld natuurkunde te gaan studeren, was omdat ieder contact met natuurkunde mij onvermijdelijk leidde naar levensvragen over bijvoorbeeld eindigheid en oneindigheid, aan vragen met betrekking tot keuzes en sterfelijkheid versus onsterfelijkheid. Die vragen waren toen voor mij zo overweldigend dat ik er neerslachtig van werd, met als resultaat dat ik er ver van wilde blijven en rechten ging studeren. Een tijd geleden las ik twee boeken van Carlo Rovelli, ook een theoretisch natuurkundige, en ook hij raakt in zijn boeken over de theoretische natuurkunde aan dit soort levensvragen, ja hij wordt in zijn uitleg poëtisch. Ik heb mij dan ook voorgenomen het boek Cosmic Codes van Heinz Pagels ook te gaan lezen.

Van haar man kreeg Elaine nog een andere belangrijke levensles mee: Meestal kun je andermans probleem niet oplossen, de beste hulp is meestal luisteren, echt luisteren en meeleven (wat iets anders is dan medelijden of dan erger gaan lijden dan het slachtoffer zelf). Hoe waar en hoe moeilijk is deze levensles. Nog steeds heb ik discussies met de ene zoon, omdat hij eigenlijk nooit naar mijn problemen wil luisteren, juist omdat hij het gevoel heeft dat hij mij niet kan helpen, terwijl ik bij mijn andere zoon nog steeds zelf zo nu en dan in de fout schiet en toch weer probeer te helpen, terwijl hij alleen maar wil dat ik luister. Wat is het toch dat we anderen zo graag willen helpen? Soms in mijn meer “gemene” buien denk ik dat het deels ook te maken heeft met ego: als ik jou kan helpen, voel ik me superieur, al zal ik dat natuurlijk nooit zeggen.


Verdriet, woede, de bijbelse leer en hoe deze volens nolens tot in ieders haarvaten is doorgedrongen

Wanneer een jaar na het overlijden van haar zoon Mark ook Heinz haar echtgenoot komt te overlijden valt Elaine in een diep afgrond van emoties. Elaine zou Elaine niet zijn, als haar dat niet tot nieuwe inzichten leidt rond emoties als woede en agressie en de manier waarop wij on onze op christelijke waarden gebaseerde cultuur worden verondersteld daarmee om te gaan. Ze herleest de bekende Bijbelse verhalen van Genesis tot het boek van Job en komt tot de ontdekking dat de Bijbel vol zit met verhalen die ons waarschuwen om te leren onze woede in de hand te houden, ja eigenlijk blijkt de enige die het recht heeft woedend en dus agressief te worden God te zijn. Moeilijk te verwerken voor iemand die zo door verdriet verscheurd wordt dat ze graag iemand de schuld zou willen kunnen geven van alle ellende die haar is overkomen. Ook al weet ze rationeel heel goed dat haar dat niet werkelijk gaat helpen, omdat het haar zoon noch haar echtgenoot terug zal brengen, heeft ze toch het gevoel dat het haar rouwproces zou kunnen helpen. Als je niet boos kunt of mag worden op bijvoorbeeld Satan, dan blijft er weinig anders over dan boos te worden op jezelf, aan te nemen dat jij iets hebt misdaan waarvoor je nu zo zwaar wordt gestraft, dat jij de dood van je zoon en je echtgenoot hebt veroorzaakt. Waar de boeddhisten accepteren dat leven lijden is, lijken de joodse en christelijke theologen uit te gaan van een perfecte wereld waar het Kwaad binnensluipt als straf voor iets dat jij fout hebt gedaan.

Als het leven anders verloopt dan verwacht, moeten we doen wat het leven van ons verwacht.

We moeten verantwoordelijkheid nemen om het juiste
antwoord te vinden bij wat ons overkomt en de taken
vervullen die ons opgedragen zijn, in plaats van ons steeds
 maar afvragen wat de betekenis van het leven is. Worstelend
met Satan, besluit Elaine de oorsprong van Satan als haar
volgende wetenschappelijke project te adopteren. Inmiddels
verhuisd naar de Princeton Institute for Advanced Study, begint ze te onderzoeken in het Oude Testament en in de gnostische evangeliën waar Satan opduikt en hoe hij vormgegeven wordt.  De eerste ontdekking: de Satan zoals we die kennen uit het nieuwe Testament of uit de Koran, als een bovennatuurlijke, in- en inslechte macht, komt in het Oude Testament niet voor. In het Oude
Testament lijkt Satan eerder te staan voor een innerlijk stemmetje, een tegenstander. Zijn aanwezigheid is meestal de voorbode van ongeluk. Elaine realiseert zich dat Satan wordt gebruikt door mensen. Bijvoorbeeld als iemand zegt: “Satan neemt dit land over.” Dan heeft de spreker bepaalde mensen in gedachte en de luisteraar weet dat ook. Zij besluit dan ook “de sociale geschiedenis van Satan” te schrijven. Waarom schreven Christenen over Satan? Hoe associëren ze hem met bepaalde mensen en welke mensen zijn dat.

Haar eerste aanwijzing vond ze in een van de Dode Zee rollen, de Rol van de Oorlog van de Zonen van het Licht tegen de Zonen van het Duister. De Zonen van het Duister zijn bondgenoten van de Slechte, of te wel Satan, Prins van de Duisternis. Zonen van het Licht zijn leden van de sekte van Essenen en zonen van de Duisternis zijn niet alleen indringers zoals de Romeinen maar ook Joden die met de Romeinen samenwerken. Jezus van Nazareth was een tijdgenoot van deze Essenen en waar Elaine verwachtte dat ook zijn volgelingen de Romeinen en de collaborerende Joden als Satan zouden zien, komt ze erachter dat de volgelingen van Christus alleen de Joodse vijanden van Jezus schuldig houden voor zijn veroordeling en kruisiging. De volgende vraag is waarom de eerste volgelingen van Christus de Romeinen vrijpleiten van schuld, daarmee het zaadje van Christelijk antisemitisme plantend. Het antwoord is simpel: deze volgelingen van Christus zijn als de dood om net als de Essenen door de Romeinen vervolgd en afgemaakt te worden. Jezus was slechts een van de vele duizenden die in die periode door de Romeinen van opruiing werd verdacht en dientengevolge werden gekruisigd. Waar Marcus vooral Pontius Pilatus vrijpleit, gaat Mattheus verder en laat hij de Joden zelf het bloed van Jezus als een vloek over zichzelf afroepen, terwijl Johannes een tiental jaar later zelfs Christus de Joden aan de kaak laat stellen als een duivel. Ziehier de bron van het Christelijke antisemitisme.

Met dit simpele scenario van goed tegen slecht, zijn in de daaropvolgende 2000 jaar miljoenen en miljoenen mensen opgejaagd, gemarteld en vaak wreed vermoord. Elaine gaat nog een stap verder. Voor haar volgt uit deze ontdekking dat versimpelde scenario’s van goed tegen kwaad, mensen aanmoedigen een conflict te zien als iets waar niet over onderhandeld kan worden. Het doet haar ook inzien dat ze de term slecht moet vermijden als ze het over een groep heeft, ja zelfs als ze het over een individu heeft en dat ze in plaats daarvan bepaalde handelingen als slecht moet kwalificeren.

Hetzelde geldt ook bij het opvoeden van kinderen: Zeg nooit dat een kind stout is, zeg alleen dat wat hij gedaan heeft stout is. Hetzelfde geldt trouwens voor complimenten. Het kind is niet slim, maar heeft iets slims gezegd of gedaan.

Het is niet of ratio of emotie is, maar en ratio en emotie

Na de negatieve consequenties van godsdienstige tradities te hebben ontdekt, wordt het tijd voor de positieve, de godsdienstige tradities, ja zelfs verhalen over Satan kunnen mensen ook helpen te leren omgaan met de werkelijkheid.

De voordelen van satan

Ons aller wereldbeeld in het Westen, is gevormd door de Bijbelverhalen. Dat geldt ook voor degenen die niet Bijbels zijn opgevoed. Met name het idee dat we in een moreel georganiseerde wereld leven waarin wie goed doet goed ontmoet en omgekeerd heeft hardnekkig postgevat in onze hersenen. Wie dit eenmaal inziet zou kunnen proberen het wereldbeeld meer te keren in de richting van het beeld van chaos en toeval zoals we dat uit de natuurkunde kennen. Vulkanen barsten uit, ook wanneer jouw geliefde daar toevallig loopt, niet om jou te straffen, maar omdat dat is waarvoor vulkanen op deze aarde zijn (vrij naar Aristoteles). Twee verhalen uit de Bijbel illustreren dit contrast en helpen Elaine in te zien dat ze verhalen kan gebruiken om mee te “denken”, maar ook om mee te “voelen”. Het verhaal van Job vertelt van een moreel netjes geordende wereld waarin Job, ondanks het feit dat hij alles verliest, blijft geloven in God, en uiteindelijk alles en meer terugkrijgt als beloningen voor zijn onwankelbare geloof. Elaine contrasteert dit met het verhaal van Jezus’ kruisiging zoals verteld in het evangelie van Marcus. Marcus begint zijn verhaal met de mededeling dat hij goed nieuws brengt en Elaine heeft in het begin moeite te begrijpen waar het goede nieuws in zit, nu Marcus alleen vertelt van Christus vernederingen, martelingen en kruisiging, zonder over de wederopstanding te reppen. Tot ze zich realiseert dat het goede nieuws gelegen is in de boodschap van hoop. In de wereld van Marcus, een wereld waarin lijden onontkoombaar is, ook als men goed doet, is God niet almachtig, is Satans macht groot, maar is Satans macht is ook tijdelijk. Hij kan verslagen worden.

De betekenis van de aankondiging van het Koninkrijk Gods

Elaine contrasteert ook het evangelie volgens Marcus met het Gnostische evangelie volgens Thomas. Bij Thomas moet de aankondiging van Jezus dat het Koninkrijk Gods aanstaande is, metaforisch worden geïnterpreteerd:

Jesus says: If those who lead you say to you, ‘The kingdom is in the sky’, the birds will get there first. If they say, ‘God is in the sea’, the fish will get there first. Rather, the kingdom of God is within you, and outside of you. When you come to know yourselves then…you will know that you are the children of God.

Bij Thomas gaat het om een staat van zijn waarin we weten wie we zijn, en God als de bron van ons zijn kennen. Het goede nieuws betreft ons allen. De tekst die Jezus bezigt in het evangelie van Thomas geeft het gevoel dat we allemaal met elkaar en met God verbonden zijn in een mystiek weefsel, omdat het licht van God in ieder van ons verborgen zit, ook al zijn we er ons niet altijd van bewust. Dat geeft hoop dat het ook weer mogelijk is uit de wanhoop en de isolatie los te breken. God is niet langer dat mannetje op de wolk die ons allemaal tot in detail micromanagement. God is meer het besef dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij mensen ooit kunnen bevatten.  Ook al kunnen we het niet bevatten, we zijn er wel mee verbonden en we kunnen er wel hoop uit putten.

Wie bepaalt wat je moet geloven?

De Openbaring van Johannes (de Apocalyps) boeit Elaine omdat zij het gevoel heeft dat vriend en vijand er de afgelopen tweeduizend jaar uit hebben geput om jonge mannen tot bloedige oorlogen te inspireren. Dus gaat ze op zoek aar de mens achter de profeet Johannes. Johannes heeft waarschijnlijk de verwoesting van de tempel in 70 na Christus meegemaakt. De wreedheden die hij in de Apocalyps omschrijft zijn misschien daarom wel zo aansprekend omdat hij ze daadwerkelijk beleefd heeft. Het framet mensen over de hele wereld om een conflict te zien als iets waar niet over onderhandeld kan worden, maar dat alleen door middel van een oorlog opgelost kan worden. In de Nag Hammadi bibliotheek zijn trouwens vele openbaringen aangetroffen, Joods en Christelijk, maar ook Egyptisch, Afrikaans en Syrisch. Het grote verschil tussen deze openbaringen en die van Johannes is dat de eerste niet het einde van de tijden voorspellen maar de geestelijke doorbraak. En daarmee zijn we beland bij het grote dilemma van iedere kerk: wie bepaalt wat je moet geloven? Hebben oude kerkvaders als Irenaeus en Tertullian gelijk als ze stellen dat “gewone” mensen niet moeten zoeken en ook geen vragen moeten stellen, maar hun autoriteit moeten accepteren om gered te worden? Maken vragen iemand tot ketter?

Alleen als er inderdaad één onveranderlijke, absolute waarheid bestaat die ook een mens kan bevatten en als er betrouwbare menselijke autoriteiten bestaan die deze waarheid kunnen kennen, heeft een spirituele zoektocht geen zin.

In de Gnostic Gospel of Truth wordt geschreven over de tijd vòòr het ontstaan van de wereld toen alle wezens op zoek gingen naar de Ene en hem niet konden vinden en bang werden, in paniek raakten. In dit evangelie is het niet de zonde die ons scheidt van God, maar ons beperkte bevattingsvermogen. En toen God al deze wezens zag, in paniek omdat ze niet wisten waar ze vandaan kwamen of waar ze heen gingen, stuurde hij zijn Zoon om hen terug te brengen. Het Kruis waar Jezus aan genageld is wordt daarmee een nieuwe Boom van Wijsheid e degenen die ter communie gaan en van zijn vlees eten en van zijn bloed drinken, ontdekken daarmee hem in zichzelf. Volgens dit evangelie kan lijden ons laten zien hoe we met elkaar verbonden zijn. Het doel van lijden is dan niet straf, maar verbondenheid vinden met anderen.

“Anything I say can speak to you only as it resonates through what you have experienced yourself; yet even within those limits, we may experience mutual recognition.”

[1] Het Engelse woord voor ketterij, heresy, komt van het Griekse woord hairesis dat keuze betekent.

(Hoe) bereiken we op tijd netto zero CO2-uitstoot?

Voorspellen is lastig vooral als het om de toekomst gaat. En helemaal als het gaat om complexe mondiale maatschappelijke systemen. Daarom maakt Shell vaak gebruik van verschillende scenario’s om een beter beeld te krijgen van de mogelijk af te leggen weg.

Om de weg naar het Klimaatakkoord van Parijs[1] wat meer handen en voeten te geven heeft Shell onder de titel “Sky” een boekje met een aantal scenario’s uitgegeven.[2] Verplichte stof voor iedereen die een mening heeft of wil vormen of wil bijstellen over dit onderwerp.

Shell zou Shell niet zijn als het niet zou beginnen met wat interessante gegevens en caveats.

 

  • Het gemiddelde jaarlijkse energiegebruik per persoon is op dit moment 80 Gigajoules (GJ) en snelgroeiend. In de VS is het al 300 GJ tegenover Kenia nog maar 20 GJ!
  • In de eerste twee decennia van deze eeuw is het aantal verbindingen dat mensen maken door middel van internationale reizen verdubbeld.
  • In sommige Westerse landen bestaat een ratio van 800 auto’s op 1000 inwoners terwijl die ratio in India 42 is….en snel groeiend, want inwoners van India willen dezelfde welvaart bereiken als de inwoners van Westerse landen al hebben.
  • Wellicht contra intuïtief, maar efficiency blijkt vaak tot groei van verbruik te leiden. Zo heeft de omschakeling naar energiezuinige ledlampen te leiden groei in lichttoepassingen zelfs in steden waarvan men dacht dat hun lichtbehoefte verzadigd was
  • Bronnen van hernieuwbare energie moeten en de huidige fossiele energie en de groei aan energiebehoefte opvangen. En sommige ontwikkelingslanden gaat het niet snel genoeg: Vietnam bijvoorbeeld is bezig nieuwe kolencentrales te bouwen. Shell houdt er dan ook rekening mee dat Westerse landen zero-emissie eerder zullen bereiken dan veel ontwikkelingslanden.
  • Voorlopig zijn er nog geen grootschalig toepasbare fossielvrije oplossingen voor zaken als vliegen, varen, sommige chemische processen en voor industrieën die zeer hoge temperaturen nodig hebben zoals hoogovens.
  • Energietransitie zal ook op weerstand stuiten omdat het zal leden tot verlies van geïnvesteerd kapitaal en van bestaande arbeidsplaatsen. Weliswaar zal het ook leiden tot veel nieuwe werkgelegenheid, maar dat is er niet onmiddellijk en vaak lijkt het in eerste instantie onbereikbaar voor degenen die hun baan kwijtraken.
  • En de snelheid van ontwikkeling door bedrijven is voor een groot deel afhankelijk van de vraag of overheden de juiste randvoorwaarden creëren en een consistent beleid voeren.

Er worden drie scenario’s bestudeerd, of beter gezegd: ontwikkeld: Mountains, een scenario dat uitgaat van een top-down benadering met overheid in de lead. Of een, meer bottom-up waarbij de markt de drijvende kracht is: Oceans en tenslotte een combinatie van de twee, the best of both worlds, Sky genaamd. Het Klimaatakkoord van Parijs kan alleen gehaald worden in een Sky-scenario. In het Oceans (markt gedreven) scenario zou het tot ver na 2100 duren voordat CO2 neutraliteit bereikt wordt, terwijl het doel is dit voor 2070 te bereiken..

Oceans en Mountains zijn tot stand gekomen op de traditionele manier waarop Shell al decennia scenario’s schrijft: Shellmedewerkers worden uitgenodigd om in groepen te werken aan beelden over maatschappelijke trends die in potentie de komende eeuw vorm kunnen geven. Uit dat werk ontstaan contrasterende verhaallijnen.  Deze verhaallijnen worden getest aan de hand van modellen over energie-ontwikkeling om het effect te testen.  Zo ontstaan consistente, waarschijnlijke scenario’s.  Deze scenario’s zoeken geen doel. Vandaar dat het mogelijk is dat in Oceans en Mountains scenario’s de zero CO2-uitstoot nog niet bereikt is in 2100.

Bij Sky is het bereiken van netto zero CO2-emissie als doel gesteld voor de aanvang van het proces. Een ander uitgangspunt is dat er tussen 2018 en 2030 geen dramatische veranderingen zullen kunnen plaatsvinden omdat we te maken hebben met al gedane investeringen en weerstanden die nog overwonnen moeten worden. En omdat de nodige technologieën nog niet voldoende uitontwikkeld zijn. Wel zal er in die tijd aanmerkelijk geïnvesteerd worden in capaciteitsuitbreiding en zal er een forse kostenreductie plaatsvinden.

Uitgangspunten Sky:

  • Alle regeringen betrokken het Parijse Klimaatpact werken mee conform wat vastgelegd is in het Pact, ook China en India schakelen op.
  • Gedurende de jaren ’20 zal de emissie niet drastisch afnemen, maar zal er al wel veel capaciteit worden neergezet;
  • Energieverbruik per hoofd van de bevolking stijgt nauwelijks verder en blijft onder 100GJ, dankzij een zeer sterke stijging in energie-efficiency.[3]
  • Gedurende de jaren ’20 zullen steeds meer landen inclusief Vietnam en India besluiten te stoppen met het bouwen van kolencentrales en China zal zich gaan inspannen om kolencentrales uit te faseren;
  • Begin 2030 zal alle groei van energiebehoefte opgevangen kunnen worden door duurzaam opgewekte energie.[4] Tegen 2070 zal kolen van een aandeel van 20% zijn gezakt naar 6% en zal het alleen nog maar worden ingezet voor zeer hoge temperatuur toepassingen zoals het smelten van metaal uit ertsen.
  • Door de sterke technologische vooruitgang o.a. in energieopslag, CCS en biobrandstoffen in de jaren ’20, zal er een positieve kentering komen in de jaren ’30. Dit wordt bovendien gefaciliteerd door een juiste overheidssturing bijvoorbeeld m.b.t. beprijzing van CO2uitstoot.
  • Sky voorspelt ook de opkomst van waterstof, in het begin vooral als opslag voor overtollige hernieuwbare energie uiteindelijk zal het in Sky een aandeel van 10% krijgen vooral in transport (ook vlieg-) en industrie.
  • Met de daling van het gebruik van aardolie en aardgas, zullen overtollige olie- en gasfaciliteiten hergebruikt gaan worden voor opslag en transport van waterstof;
  • Zowel de distributienetten van elektriciteit en waterstof zijn sterk uitgebouwd; Sky zet vooral sterk in op elektrificatie; vijf keer zoveel elektriciteitsgebruik in 2070 vergeleken met 2020;
  • Sky rept niet over warmtenetten, restwarmte of aardwarmte;
  • Vloeibare biobrandstoffen maken hun entree in de wereld van vliegtuigen en schepen;
  • Het Parijse Klimaat-Pact kan alleen slagen als zowel regeringen over de hele wereld als de (energie-)industrie hun taak oppakken
  • Wereldwijde netto zero CO2-emissie kan alleen bereikt worden als een aantal vooruitstrevende (Westerse) landen al in 2045 zero-emissie hebben bereikt en de meeste Westerse landen in 2060, als een aantal ontwikkelende landen die het zelfs in 2070 nog niet hebben kunnen bereiken.
  • Ook in non-energiesectoren zal het een en ander moeten gebeuren:
    • Cement;
    • Produktie van plastic;
    • Landbouw en veeteelt;
  • Sky besteed een heel aan hoofdstuk aan het tegengaan van ontbossing en het herplanten van bossen;

Shell erkent dat een proces als in Sky omschreven weleens voorgekomen is in de wereld, maar tot nu toe alleen op ad hoc basis, bijvoorbeeld bij het Montreal-Pact om gaten in de ozonlaag te voorkomen en te dichten. Het kan maar het zal niet vanzelf gaan.

Voor data die door Shell zijn gebruikt, zie: https://www.shell.com/promos/the-numbers-behind-sky/_jcr_content.stream/1521983779359/59afbb34cde700e5c51b9c75144ed10f35454847b32f104089229bb7c799b63b/shell-scenarios-sky-data-2018.xlsx

 

 

 

[1] Conference Of the Parties (COP), 2023 eerste controle moment = Global Stocktake.

[2] https://www.shell.com/promos/meeting-the-goals-of-the-paris-agreement/_jcr_content.stream/1524846542308/09a7262156403cb215e385c5d1d5b32ceeb2b82d75fe8a06ac1cafa3a6156e55/shell-scenarios-sky.pdf

[3] Een modern ijskast zal bijvoorbeeld maar net meer dan 1 GJ per jaar verbruiken. Niet duidelijk is wat Shell met het voorbeeld wil illustreren, want dat doet een koelvriescombinatie A+ vandaag de dag ook al, sterker er zijn A+++ koelvriescombinaties die “maar” 0,58 GJ per jaar verbruiken. https://www.eenheden-omrekenen.info/eenhedenrekenmachine.php?type=energie

[4] Zonne-energie zal blijven groeien met 20% per jaar. In 2035 zal er 6500 GW geïnstalleerde capaciteit zijn over een oppervlakte van 100.000 km2

Liberalisme en duurzaamheid

Deze column heb ik op 5 juni uitgesproken voor een bijeenkomst van VVD Den Haag

Liberalisme is in de eerste plaats een levensfilosofie. Een levensfilosofie die uitgaat van de kracht van de individuele mens, van de mens als ondernemer, zonder te ontkennen dat ieder mens weleens een helpende hand nodig heeft. Het is een manier van leven die uitgaat van optimisme, van kansen zien en pakken, zonder te ontkennen dat het weleens tegen zit en dat je dan ook best even in zak en as mag zitten. Liberalen hebben een hekel aan betutteling maar ontkennen niet dat ieder mens zo nu en dan even de goede kant opgeduwd moet worden. Want we zijn maar mensen, niet perfect en een vat vol tegenstellingen.

Liberalisme is vooral wars van dogma’s. En dat maakt Liberalisme een moedige levenshouding juist omdat het wars is van dogma’s. Liberalen krijgen geen instructies van boven, maar moeten met elkaar in dialoog steeds opnieuw uitvinden wat de goede weg is.

Duurzaamheid heeft te maken met het durven erkennen dat we allemaal behoefte hebben aan zaken als schone lucht en schoon water. En dat ook schone lucht en voldoende water een inspanning vergen. En liberalen kunnen inzien dat een mens zich juist van het dier kan onderscheiden door zijn instinct voor winst op de korte termijn te overwinnen. Ons instinct zoekt gemak nu en wil meer, en wij Liberalen hebben de moed om op het juiste moment in te grijpen en in te zien dat we het gemakkelijke pad moeten verlaten om uiteindelijk een beter leven te krijgen. Reculer pour mieux sauter zouden de Fransen zeggen, een stap achteruit om er daarna vele vooruit te kunnen zetten. Het was niet voor niets een liberaal die met het Kinderwetje van van Houten de eerste maatregelen tegen kinderarbeid nam, het was ook een liberaal die de economische mogelijkheden van het spoor onderkende en de moed had in te zien dat de overheid de regie en de financiering van infrastructuur ter hand moest nemen. In een tijd dat de meesten vonden dat je de ontwikkeling van het spoor aan de markt moest overlaten. We zijn hem er nog steeds dankbaar voor.

Toen er op mijn huis zonnepanelen geïnstalleerd moesten worden, meldde zich een Bulgaar die in Duitsland was opgeleid, want de combinatie mechanisch installeren en elektriciteit kenden we in Nederland niet.

Met liberalen aan het roer zal dat veranderen. Wij gaan voldoende aandacht besteden aan de economische kansen van duurzaamheid. Aan de voorsprong die we kunnen pakken door innovatie en aan de mogelijkheden die we zo creëren om juist op technologisch gebied opkomende economieën als China voor te blijven. Met liberalen aan het roer krijgen innovatieve bedrijven met innovatieve technologieën in de Haagse regio de ruimte om zich te ontwikkelen en op te schalen zonder al te veel benauwende regels en met de gemeente als launching customer. Waar mogelijk natuurlijk. Met liberalen aan het roer zal er op tijd aandacht zijn voor werkgelegenheid, en dus voor passende opleidingen en voor de benodigde zachte dwang richting uitkeringstrekkers om de kansen te pakken die zich nu voordoen. Juist Den Haag met haar relatief hoge werkeloosheid op lbo en mbo-niveau moet deze kansen grijpen. Kansen die bijvoorbeeld geboden worden door al die 150.000 huizen die geïsoleerd moeten worden, die van zonnepanelen moeten worden voorzien en waar warmtepompen in geïnstalleerd moeten worden.  Om maar een buitenplaats te noemen.

Samen met de universiteit van Delft gaan we een mooie bijdrage leveren aan duurzaamheid en tegelijk onze eigen economie stimuleren. Bijvoorbeeld op het gebied van composieten: lichtgewicht materialen die oorspronkelijk voor de vliegtuigindustrie zijn ontwikkeld. Delft heeft een specialisatie op dat gebied en in Den Haag op Ypenburg, tegen Delft aan, ligt Composite Valley te wachten op de juiste benaming. Dankzij de autoclaaf die Fokker daar achterliet heeft zich er al een cluster van composietbedrijven gevestigd. En het leuke is voor composiet heb je niet alleen hoogopgeleide ingenieurs nodig maar ook altijd Lbo’ers en Mbo’ers. Wij gaan duurzaamheid dus ook gebruiken om onze lokale ondernemers meer kansen te beiden.

Voor Liberalen is vrijheid het hoogste goed. Wij nemen vrijheid en verantwoordelijkheid serieus. Je bent vrijer naarmate je minder afhankelijk bent van anderen. Hoe minder invloed landen als Saudi-Arabië of Rusland op Europa hebben, hoe liever het mij is.  Hoe meer duurzame energie we kunnen opwekken met windparken op de Noordzee of zonnebanken, hoe minder fossiele energie we nodig hebben uit gebieden ver buiten het Westen, landen met andere ideeën over democratie en rechtsstaat.

Met Liberalen aan het roer komt er in een coalitieakkoord het oh zo korte doch oh zo belangrijke tussenzinnetje: “met zoveel mogelijk ruimte voor eigen keuze en flexibiliteit”.

Met liberalen aan het roer hebben we over vier jaar in onze Haagse regio aanzienlijk minder vervuilend autogebruik. Niet omdat we milieuzones hebben ingesteld of parkeren veel duurder hebben gemaakt. Nee we hebben het ov aantrekkelijker gemaakt. Het rijdt nu iedere 2 á 3 minuten. En het bruist in de Haagse regio van de innovatieve ondernemers die slimme technologieën hebben ontwikkeld voor zaken als auto’s op waterstofcellen, elektrische auto’s en opslag van duurzame energie.

Dankzij het liberale beleid van Den Haag kunnen deze ondernemers over vier jaar veel sneller opschalen. De Haagse regio exporteert inmiddels volop innovatieve produkten en de werkeloosheid is daardoor aanmerkelijk gedaald.

Den Haag is inmiddels ook een kenniscentrum voor aardwarmte geworden, niet alleen omdat we de eerste binnenstedelijke bron hebben, maar vooral ook omdat het gemeentebestuur als eerste grote gemeente in Nederland de aanleg van de benodigde infrastructuur naar zich toe heeft getrokken.

Om met Mark Rutte te spreken: ”duurzaamheid is een kansrijk exportproduct voor Nederland. We blijven natuurlijk de auto-vroempartij, maar ook elektrisch kun je heel hard rijden, sterker nog elektrisch trek je veel harder op.” Over kansen pakken gesproken.

 

Lang leve onze polderende rechtsstaat, Nu nog de juiste leiders

gepubliceerd in Socialiter, Gymnasium Haganum, april 2018, p. 33 e.v.

 

Inleiding

Een van de wijze lessen die ik kreeg toen ik voor het eerst baas werd, was: ”Verschuil je nooit achter anderen als je impopulaire maatregelen moet nemen, zelfs niet als je het er zelf niet mee eens bent; als je je verschuilt, word je als laf ervaren en verlies je gegarandeerd al het respect van je medewerkers.”

Ik moet daar vaak aan denken als ik de huidige leiders van de gevestigde partijen zich zie verschuilen achter Brussel of achter internationale verdragen of achter de rechter in plaats van diezelfde maatregelen en vonnissen te verdedigen. De politieke leiders moeten die beslissingen en vonnissen verdedigen, omdat ze zelf vertegenwoordigers zijn van het rechtsstatelijke systeem waarin deze beslissingen weloverwogen genomen zijn. Niet verdedigen wordt gepercipieerd als laf.

Met die laffe houding verliezen ze inderdaad steeds meer het vertrouwen van de burger. Traditionele leiders creëren daarmee zelf, zonder dat ze dat blijkbaar door hebben, kansen voor populisten.

In de 1000 woorden die mij gegund zijn wil ik zeer kort de essentie van de democratische rechtsstaat op basis van vertegenwoordiging bespreken en raken aan theorieën uit de sociale psychologie die verklaren waarom wij allen gevoelig zijn voor populisten, vooral wanneer we een groeiende onzekerheid of angst voelen. Ik zal eindigen met een oproep aan ons allen. De representatieve, democratische rechtsstaat (hierna DRDR te noemen) is ons aller actieve steun waard naar mijn bescheiden mening.

DRDR

In een DRDR ligt voor mij het accent op rechtsstaat, een staat waarin iedereen (redelijk) gelijke kansen krijgt en (redelijk) gelijk en rechtvaardig behandeld wordt. Daaruit vloeit bijvoorbeeld voort dat ook rechten van minderheden gerespecteerd worden, maar ook dat bepaalde grondrechten, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging, als praktisch onaantastbaar worden beschouwd. Omdat de wetgever zich bewust is van het feit dat macht corrumpeert, kent een rechtsstaat daarnaast een machtsevenwicht. Om bijvoorbeeld de waan van de dag te temperen, worden rechters meestal voor het leven benoemd en worden burgemeesters niet gekozen.

Het democratische in DRDR staat in de eerste plaats voor de gelijkheid van eenieder. Waar we in de 19de eeuw nog een censuskiesrecht kenden (alleen mannen met een bepaald inkomen, vermogen of diploma, mochten stemmen), is Nederland sinds 1919 een heuse democratie waarin alle meerderjarige mannen en vrouwen gelijkelijk mogen stemmen. Toen werd namelijk ook het actief vrouwenkiesrecht ingevoerd.

Representatie is nodig omdat de hardwerkende Nederlander geen tijd heeft zich goed te verdiepen in de complexe problemen waarover beslissingen moeten worden genomen. Daarvoor kiezen we volksvertegenwoordigers die vrijgemaakt worden om zaken wel grondig te bestuderen en belangen af te wegen.  Een klein voorbeeld: als burger van den Haag was ik er nog van overtuigd dat het geothermieproject in Den Haag Zuidwest een briljant project was dat veel navolging verdiende, als volksvertegenwoordiger ontdekte ik na het lezen van veel dossiers en het spreken met veel verschillende deskundigen, tot mijn grote verdriet, dat het tegendeel waar was.

Om praktische redenen worden de meeste besluiten in een democratie genomen bij meerderheid van stemmen. Dat betekent nog niet dat die beslissing een absolute waarheid vertegenwoordigt en daarom moet ook zo veel mogelijk rekening worden gehouden met zwaarwegende minderheidsstandpunten en –belangen. Al was het maar uit het welbegrepen eigenbelang. Wie vandaag tot de meerderheid behoort, kan morgen bij een minderheid blijken te horen. Kortom in een DRDR zijn volksvertegenwoordigers en andere politieke leiders zich er van bewust dat de tirannie van de meerderheid voorkomen moet worden en dat er altijd een kloof zal bestaan tussen wat de achterban wenst en wat mogelijk of rechtvaardig is. Opereren in een DRDR is een laveren tussen botsende principes en tegenovergestelde belangen en leiders moeten dat verdedigen.

Kansen voor populisten

De meesten van ons weten inmiddels dat het ons reptielenbrein is dat maakt dat we zo moeilijk weerstand kunnen bieden aan die reep chocola of aan die bitterballen. Immers gedurende het grootste deel van onze evolutie was gebrek aan eten onze grootste bedreiging, niet overvloed en obesitas.  En dus zijn we geprogrammeerd om vet en suiker lekker te vinden en er zo veel mogelijk van te eten. Het rationele deel van ons brein werkt veel trager en meestentijds lukt het niet tegen de instincten van het reptielenbrein in te gaan. Op vergelijkbare manier zijn we geprogrammeerd om mensen die niet sterk op ons lijken als een gevaar te zien. Immers het grootste deel van de evolutie leefden we in kleine stammen met mensen die veel op ons leken. Alleen die stamgenoten konden we vertrouwen. Die voorgeprogrammeerde, moeilijk te onderdrukken angst voor onbekenden en vreemden wordt groter als er ook van andere kanten gevaar dreigt, bijvoorbeeld doordat steeds meer banen verdwijnen. Dat is het moment waarop populistische leiders ons kunnen vangen. Immers zij maken de wereld prettig simpel, verdelen hem in goed en kwaad. Goed zijnde de groep waar we zelf bij horen en Kwaad de groep vreemden, de mensen die er anders uit zien. Populistische leiders spreken ons angstig reptielenbrein aan, stellen het gerust en geven ons traag werkende rationele brein het nakijken. Populistische leiders zijn herkenbaar aan het feit dat zij claimen uit naam van het volk te spreken, ja de enige zijn te zijn die de wil van het volk kunnen verwoorden. Eenieder die niet met hem is, is tegen en behoort bij de groep vreemden die het Kwaad vertegenwoordigen. Ons reptielenbrein voelt zich daar prettig bij en legt probleemloos het rationele brein het zwijgen op.

Kansen Keren

Populisten kunnen geneutraliseerd worden. Degene die dat wil doen moet zich realiseren dat de strijd op het niveau van het snelwerkende reptielenbrein wordt gestreden. Niet het rationele brein moet worden aangesproken. In tegenstelling tot wat onze minister-president denkt betekent dit dat een leider een hoopgevende, inspirerende visie moet presenteren en moet staan voor zijn visie en zijn daden. Immers de lafaard uit de inleiding geeft ons geen moed en zullen we niet volgen als het ons angstig te moede is.

Oproep: Steun ons DRDR

Al diegenen die zeggen de populistische leiders te willen bestrijden roep ik op actief te worden, politiek actief. In ons rechtstatelijk systeem past het om lid te worden van een politieke partij en zich actief te bemoeien met de keuze van de leiders.

Daniëlla Gidaly
Rechtsfilosoof

 

 

 

 

 

 

 

A local initiative to a global challenge

Dutch_Lifestyle_ACCESS_Spring_2017_magazine_web 

Many Dutch are volunteering to help refugees adjust to life in the Netherlands. When news got out early 2016 in Benoordenhout, The Hague, that around 30 refugees would likely come and live in the former Aloysius College, there was an overwhelming reaction of people offering to help.

Then, in the summer word started going around that the refugees might not come after all because of the diminishing numbers of people seeking asylum in the Netherlands. The President of the Benoordenhout Wijkvereniging (Neighbourhood Association) actually implored the municipality of The Hague not to withhold us our refugees, since that would disappoint so many people: he had counted at least five volunteers lined up for every refugee!

Volunteers have different reasons for wanting to help. Many volunteers are already active in the local Duinzigtkerk (church) and simply feel the need to extend a warm welcome and show hospitality to people who have suffered so much and who have lost their homes. One of the volunteers added that she  was convinced that the refugees in turn would enrich our society. Some also mentioned that they wanted to make a clear statement that not all Dutch agree with the political party PVV (Party for Freedom), whose leader Geert Wilders has been outspoken against Islam and against immigration.

As for myself, all the above reasons play a role of course. However, seeing my own parents as warmlywelcomed refugees once is probably the most important motivation. I also hope I can add some value from the lessons I have learned watching my parents struggle to understand the unwritten rules of Dutch society, the rules a Dutchman could not explain, because they seem so obvious to him.

Role of volunteers from the neighbourhood

As you have probably noticed, in Holland we always start by organizing and making very clear who does what. So when the refugees announced themselves and people started offering to help them on social media, it seemed logical for Robin de Jong, the community worker at the local Duinzigtkerk, to organize the volunteers and the interaction between refugees and volunteers.

This volunteer work would be different from that of Vluchtelingenwerk Nederland (Dutch Council for Refugees) which helps refugees with things like getting registered with the municipality, acquiring a residence permit and registering with an inburgeringscursus.

In Benoordenhout, a coordination committee was started, more or less of its own accord. Long before the refugees had arrived more and more people started asking the churches, Vluchtelingenwerk Nederland, the municipality and the wijkvereniging (neighbourhood association) questions about them, about what kind of help they would need and when they could start. So De Jong, a young theologian with four years of experience working with volunteers under his belt, hosted a meeting to inform the volunteers.

At that point in time nobody yet knew when the refugees would come, what nationality they would be, whether they would have children and of what age. Nevertheless, prospective volunteers eager to act started forming groups to make preparations anyway. The main role of the committee, Buurtplatform Benoordenhout voor nieuwe buren (community platform for new neighbours), is to coordinate all volunteer activities.

Timeline

Refugees started arriving in December 2016. Moving in meant usually that just the most able man of the family would arrive, since the apartments were literally bare. The floor was concrete and the walls had no wallpaper or paint. The kitchens were without even the simplest appliances and the rooms had no curtains. The beginning of January saw families start moving in, from Syria, Libya and Afghanistan. Our new inhabitants are now going through the necessary red tape: completing the intake at the municipality, registration with the municipality and intake at Vluchtelingenwerk, getting advice about schools for the adults to learn Dutch, registration  at schools for the children, getting the children organised while at school, etc. Because these processes are not yet finished, most of the volunteers are still waiting to get involved.

Planned activities

 Since the level of English and/or Dutch varies greatly among the refugee families, from quite fluent to none at all, the most important role assigned to volunteers from the neighbourhood is the role of taalmaatje. A taalmaatje is a native Dutch speaking person who spends one or two hours a  week with a refugee speaking Dutch to complement formal Dutch lessons, and to help the refugee, for example, to understand all the mail from the municipality, from Vluchtelingenwerk, from the tax office, and so on.

Social

We also have sociale maatjes, buddies who help refugees find their way around the area, visit Madurodam and local museums, but also accompany them to register with a family doctor, or to the Consultatiebureau (children’s health clinic) with their small children or find a school for the children, explain how for example garbage collection works, and other basics for daily life. In Benoordenhout we are also looking at starting a neighbourhood daycare for the many small children, so that the parents can go to their Dutch lessons together.

Tailor-made buddies

Experience has taught us that it is difficult to remain a taalmaatje for a sustainable period of time if you do not share interests. So we now have introduced the “interview buddies”. They will interview the new Benoordenhouters in order to be able to write a small portrait focused on the hobbies, the profession and the studies our new neighbour has. These portraits will then be published in our local magazine and on our local social media asking people to become “tailor- made buddies” by responding if they share similiarities with one of the refugees.

If you share a hobby you can introduce our new neighbour to your running club or chess club. What better way to get integrated into Dutch society, meet many new people and have a chance to create sustainable relationships?

Understanding each other

In order to be able to interact, it is important to understand the differences in background. We are very happy that Basma Ismail has volunteered to introduce us to the world of Syrian refugees and… to introduce the Syrians to the world of the Dutch. Basma is an Iraqi who came to The Hague with her husband five years ago for his work. Having been born close to the Syrian border and having lived through some horrible wars herself, she is an excellent go-between both for us and the refugees. She comes to meetings and translates between the refugees and volunteers. She also gives us tips as to how to better help them, such as do’s and don’ts when interacting with Syrian refugees. Soon she will host a meeting with the Syrians at Aloysius to explain more about their host country. The enthusiasm of the community encourages us to move forward and continue to find ways to support our new neighbours. To anyone wishing to be a part of something similar, start local, keeping it simple and personal. Reach out to your own neighbourhood associations to get involved. «

 

Gevaar en gevaar

Laatst zei iemand tegen mij: ” het is toch een schande al die jonge mannen die naar Nederland vluchten en hun familie in oorlogsgebied achterlaten. En als je ze er op aanspreekt zeggen ze dat het te gevaarlijk is tijdens om vrouwen en kleine kinderen mee te nemen. Maar ze laten ze wel in oorlogsgebied achter. Als of het daar niet gevaarlijk is.”

“Gevaar en gevaar” verder lezen